Blz. 219

Iedere afzonderlijke dag van het jaar wordt aan xc3xa9xc3xa9n enkel mens geschonken – aan de gelukkigste; alle anderen gebruiken zijn dag, genieten van de zon of verwensen de regen zonder te weten aan wie die dag in feite toebehoort; en de gelukkige bezitter voelt zich vergenoegd en vermaakt om hun onwetendheid. Niemand kan van te voren weten welke dag precies aan hem zal toevallen, welke kleinigheid hem altijd bij zal blijven: de rimpeling van weerspiegeld zonlicht op een muur langs het water of de spiralende val van een esdoornblad; en vaak herkent hij zijn speciale dag pas achteraf, lang nadat hij het kalenderblad met het vergeten cijfer heeft geplukt, verfrommeld en onder zijn bureau gemikt.

De Aardappelelf
verschenen in de verhalenbundel Ultima Thule
Vladimir Nabokov

Eerlijke (onder)handel(ingen)?

De meest schaamteloze opmerking die ik er deze week over hoorde was toch wel deze: de arme landen maken misbruik van hun lage lonen. Het is de enige troef die ze in handen hebben, en die zouden ze dan niet mogen uitspelen, anders vinden de rijke landen dat ze vals spelen.

De WTO-onderhandelingen (wereldhandelsorganisatie), de zogenaamde Doha-ronde, genoemd naar de hoofdstad van Qatar, waar de reeks handelsbesprekingen begon in november 2001, zijn op een mislukking uitgelopen. De onderhandelaars konden het vooral niet eens worden over lagereinvoertarieven voor landbouwproducten in de Europese Unie en het verminderen vansubsidies voor boeren in de VS. 

En die arme landen maar misbruik maken van hun lage lonen…

Vlucht naar Schier

De aankondiging dat wij op het punt stonden de warmste dagen van het jaar te gaan beleven, deed ons besluiten de wijk te nemen naar een plaats waar het misschien mee zou vallen. We boekten de laatste beschikbare hotelkamer van Schier, en ontdekten een paar uur later dat het ook een van de duurste was. En behoudens nog enkele ongemakken (PIN-pas ongeschikt, kurketrekker en mesje vergeten, accu mobiel leeg) en de verzwikte enkel van W (die te enthousiast de lauwe golfslag tegemoet snelde), hebben wij helemaal geen spijt.

Stel je voor dat je met een glas rosxc3xa9 of bier en enkele van de heerlijke versnaperingen van De Marlijn ligt te genieten van de namiddagwarmte en de blauwe lucht en het loom verstrijken van de tijd. Of dat je hardloopt langs de waterlijn en het uiteindelijk verlaten strand en daarna de koelte vindt van de lui geworden golven. Dan lijkt geluk ineens heel gewoon…

Zij bewoog!

We waren in het museum vandaag, W en ik, en zagen heel verschillende dingen. We waren niet voor iets speciaals gekomen, of het moesten de zeegezichten van Jan Cremer zijn, die W wel trokken. Ze vielen haar, en mij, tegen.
Over de sculpturen van Marc Quinn las ik eerder in de krant, en ik zag nu bevestigd wat ik toen dacht. Zijn beelden in wit marmer van mensen met mismaakte  of geheel ontbrekende armen en benen raken mij niet echt. Niet als kunst, bedoel ik. Het is te glad, het blijft marmer. Onvermijdelijk zijn natuurlijk de gedachten over hoe het leven zou zijn zonder armen, of met benen die zo kort zijn dat er niet mee te lopen kan zijn.
Te denken gaf wel de combinatie met donkere bronzen van geslachte dierentorso’s: wat is precies de reden dat zij en de witte marmers hier naast elkaar staan? Is het alleen omdat zij door dezelfde man gemaakt zijn, of moet ik uit de combinatie een betekenis lezen?

In een zaaltje apart stond ‘Beauty and the Beast‘.
Een jongedame samengesteld uit polymeren en gevriesdroogd dierenbloed. En met deze jongedame was  iets heel bijzonders aan de hand.

beauty-and-the-beast-quinn
Ik stond voor en bestudeerde haar gezicht en plotseling leek het of zij bewoog. Was het de verlichting,  die helemaal niet was zoals op deze afbeelding, maar meer spotsgewijs? Of was het toch het organisch materiaal waaruit zij is opgebouwd? Eerst zag ik het in haar gezicht, even later leek ook haar rechterhand te bewegen. Natuurlijk bleef zij zitten waar zij zat, maar onbewogen leek zij toch in beweging.

Bij wijze van second opinion vroeg ik W nog eens te kijken of haar iets opviel. En zij zag het ook.

Beweging, zo goed gevangen in het moment dat een sculptuur nu eenmaal uitdrukt, dat het beweging blijft. Ik had zoiets nog niet eerder meegemaakt.

Zwoel en onrustig

Het regent. Het is nog altijd warm, maar het regent.Vanavond ben ik dan ook binnen. De ramen staan open, aan de kant waar het nietinregent, en Reinbert de Leeuw speelt Satie voor mij.

De afgelopen week kon je xe2x80x99s avonds eigenlijk alleen maarbuiten zitten. Mijn gexc3xafmproviseerde zonwering werkte wel degelijk, maar konniet verhinderen dat het in huis erg warm was. En buiten is het heel aangenaam,op zoxe2x80x99n zwoele zomeravond. Aangenomen dat er geen huilende kinderen zijn, ofmerels in paniek.

Om met die laatste te beginnen. Het was eergisteren en ikzat te lezen. Een merel slaat aan. Die alarmroep hoor je wel vaker in deze tijdvan het jaar; het mereljong kan nog niet echt vliegen maar is het nest al uit,en de katten voelen zich weer roofdier. Maar deze keer waren de merelkreten ergintens en ook erg aanhoudend. De merel fladderde en hupte rondom een struik, devleugels afhangend, als om de jager te verleiden zijn prooi in de steek telaten en deze duidelijk gewonde vogel te komen verschalken. De kat bleek wijzeren de kreten hielden aan. Op de een of andere manier slaan die noodkreten alsonrust naar mij over. Pas toen het baasje het genoeg vond keerde de rust terug,in mij waarschijnlijk het laatst.

Gisteravond idem dito, maar nu was het kinderalarm dat mij raakte.Het begon abrupt en hevig, het soort huilen als van een kind dat zichplotseling erg bezeerd heeft. Of bezeerd is. En daarover in een verbijsterdepaniek raakt. Alle mij bekende kinderen waren al naar bed, waarvandaan kwam dandit grote verdriet? En waarom hield het maar niet op? Was er dan niemand diehet kind te hulp schoot, troostte? Natuurlijk probeerde ik die vragen eerstniet te stellen, maar mijn stoxc3xafcijnse muur was tegen al dat alarmerend gehuilniet bestand. Daar stond ik alweer over mijn balkonrand te turen, op zoek naarde bron van mijn onrust, bedenkend wat ik moest dan als het nu eensxe2x80xa6
Uiteindelijk, na een minuut of tien, verscheen een vrouw met het aldoor indezelfde cadans doorhuilende kind op haar balkon. Zij leek rustig, wat mij geruststelde, ten dele. Want er blijft iets verontrustends in de klank van dergelijkgehuil. En het hield nog zeker een kwartier aan.

Gelukkige en minder gelukkige embryo's. En het veto van Bush…

Bush_79957e_4Ik zag de president der Verenigde Staten op mijn televisiescherm. Hij gaf een toelichting op het veto dat hij uitsprak over het toestaan van stamcelonderzoek in zijn land. Hij deed dat in een opmerkelijke entourage: hij was omgeven door (zeer Amerikaans ogende) volwassenen met jonge kinderen op de arm. Vast niet om de lachlust, of zelfs wantrouwen te wekken. Toch streden die twee bij mij om voorrang.

Dat iemand bezwaar heeft tegen zoiets als stamcelonderzoek is natuurlijk heel goed mogelijk.  Bush zegt zich te baseren op morele principes, beweert "dat het morele grenzen [overschrijdt] die onze fatsoenlijke maatschappij juist zou moeten respecteren".

Uit ieder embryo kan volgens Bush een levend wezen groeien en daarom mogen ze niet gebruikt worden om stamcellen te verkrijgen. Stamcelonderzoek wordt veelal gedaan met restembryo’s, embryo’s die overschieten na een IVF procedure. In vitro fertilisatie is ook in de VS ingeburgerd. Embryo’s die overblijven wanneer de vrouw zwanger blijkt te zijn van een succesvol teruggeplaatst, in vitro bevrucht embryo, worden tot nu toe meestal weggegooid. Behalve de embryo’s waaruit de kinderen geboren zijn die wij op de foto zien en die Bush even later lachend op de arm nam. Die zijn door de volwassenen op de foto gered van wegggegooid worden. Maar al die andere embryo’s hebben minder geluk. Ze worden nu zelfs niet gebruikt voor stamcelonderzoek.