Over liefde

Vrijwel 6 maanden geleden bexc3xabindigde ik mijn relatie met W. Vlak nadat wij op vakantie geweest waren, een vakantie die juist beter was dan de vakanties die we tot dusver samen doorbrachten, dat wil zeggen: een vakantie zonder plotselinge storm van jaloezie en ruzie en eenzaamheid. Juist na deze vakantie vloog de terugkeer naar het gewone leven mij aan op een manier die het mij onmogelijk maakte nog verder te gaan.
Natuurlijk wist ook zij dat wij het laatste jaar afstandelijker geworden waren, dat er onderwerpen waren waarvan wij wisten dat erover praten tot onenigheid zou leiden, dat iets serieus aan het mis gaan was. Maar juist die goede vakantie, of was deze toch alleen goed doordat ieder van ons zorgvuldig op eieren liep, maakte de breuk zo onverwacht. Voor haar en ook voor mij. Maar het ging niet anders.

W. belde mij een aantal keren op en dan spraken wij over hoe het afliep tussen ons. Zij wilde natuurlijk ook weten waarom het afliep, en waarom nu, en waarom zo; dat vond ik niet zo gemakkelijk uit te leggen, maar ik probeerde het.Dat wij vrienden zouden kunnen zijn, zei ik te hopen. Maar voorlopig wilde ik afstand houden; elkaar te zien was veel te ingewikkeld.

De eerste tijd ervoer ik momenten van opluchting, bevrijding, die toch steeds, en steeds vaker ook, afgewisseld werden door somberheid en onzekerheid. Er zijn weinig mensen in mijn leven en een nieuwe liefde vinden, ooit een keer, dat leek mij nauwelijks tot de mogelijkheden te behoren.
Ik nodigde via een datingsite een aantal mensen uit voor een etentje, vorige week hadden wij ons tweede dinertje en spraken af elkaar weer te zien. Ik ging met een collega naar de film. Zo langzaam aan hervond ik een zekere gelijkmoedigheid, die nog wel geen ‘geluk’ mag heten, maar toch wel suggereert dat dat er ooit weer zou kunnen zijn.

En nu voel ik weer die liefde, mijn liefde voor W. Onzeker of die wel kan en mag bestaan. Of ik die haar wel mag tonen, of ik niet onderhevig ben aan gevoelsverwarring. Ik vroeg haar mee te gaan naar een concert en zij aanvaarde. Ik vertelde haar dat ik wil zoeken naar een manier waarop wij weer samen kunnen zijn, anders dan eerst, maar met elkaar. Niet vrijblijvend, maar met meer ruimte. Omdat ik zo anders ben dan zij en zij zo anders is dan ik. En weer schrok zij. En zij is boos omdat ik haar verliet, en zij is bang te willen wat haar weer en meer pijn zal doen.
En dat begrijp ik.
Ik heb haar gezegd dat ik niet op haar reken, dat ik hoop zonder te verwachten. Dat ik ook niet precies weet wat en hoe het moet worden, maar dat ik wil proberen de vorm te vinden die ons bij elkaar kan doen blijven.

En misschien gaan wij proberen die te vinden.

Closer

“Iedereen van ons is wel eens door zijn partner aangespoord de waarheid te vertellen met de woorden “Ik beloof dat ik niet kwaad zal worden. Ik wil het alleen maar weten.” En iedereen ouder dan 11 jaar weet dat je die vraag niet moet beantwoorden, want een antwoord leidt onherroepelijk tot pijn en verdriet.”
Mike Nichols

Waar of niet waar?

Tekenen

M (6 jaar) tekende V, zittend op het grote kussen onder haar verhoogde bed

Er is een periode in het leven waarin kinderen zich heel vrij voelen in het uiten van zichzelf. Bijvoorbeeld bij het tekenen. Wat ze zien laat zich dan heel gemakkelijk vertalen naar wat ze tekenen. Je ziet dat tekenen vanuit die vrijheid op een prachtige manier de ‘werkelijkheid’ uitdrukt, zonder dat die werkelijkheid daarvoor exacte gekopieerd hoeft te worden.

Op een kwade dag doen ze het idee op dat het getekende stom is: het ‘lijkt niet’. Nu wordt tekenen een opgave, waar het eerst een plezier was. Om het weer goed te laten lijken, de tekening technisch perfect te laten zijn, moeten de meesten van ons flink oefenen; en dat komt er niet meer van.

“Ik kan niet tekenen”, een uitspraak die voor velen de rest van ons leven het motto blijft, betekent toch eigenlijk niet anders dan: ik durf niet te tekenen, ik kan de werkelijkheid niet precies kopixc3xabren en ik ben bang dat jij mijn tekening daarom stom vindt.

Jammer.

Dag Bill…

Sinds vorige week laat ik mijn internet en e-mail contacten niet meer alleen door de bekende Microsoft programma’s verzorgen. Bij toeval stuitte ik op twee zogenaamde ‘open source’ alternatieven, werd nieuwsgierig en ging ze eens proberen. En ze bevallen me heel goed. Daar komt bij dat het idee niet met ms te werken mij ook wel aanstaat. (Alleen al het feit dat de spellingscontrole van ms mij aanraadt ms te schrijven als MS is veelzeggend).

In plaats van internet explorer gebruik ik nu Mozilla Firefox. Een uitstekende browser, met als tot nu toe meest in het oog springende handigheidje dat je bij je favorieten groepen kunt maken die je tegelijkertijd kunt openen. Je krijgt dan een scherm met tabbladen en in ieder tabblad vind ik bijvoorbeeld een weblog.

Mailen gaat nu met Thunderbird, ook van Mozilla. De makers hebben er wel rekening mee gehouden dat niemand zin heeft zijn hele adresboek over typen. Je kunt je outlook (express)-adressen dus met een druk op de knop overzetten naar de Dondervogel. Nadeel is wel dat het direct binnenhalen van berichten van mijn hotmail account niet kan.

En ook Morpheus heeft eraan moeten geloven. Shareaza is ook een open source programma, bedoeld voor het p2p uitwisselen van bestanden van verschillende soort, waaronder mp3 natuurlijk. Gratis, zonder pop-ups en zonder reclame. Heel overzichtelijk en werkt prima.

What 2004 hitsong am I?

100 Years by Five for Fighting

“Every day’s a new day…
15 there’s still time for you
Time to buy and time to choose
Hey 15, there’s never a wish better than this
When you only got 100 years to live”

2004 was about thinking and reflecting – but isn’t every year?

Ik kende de band niet, ik ken het nummer niet.
Morpheus heeft het mij voorgespeeld.
De muziek is wel erg clichxc3xa9, de poging tot bespiegeling is wel leuk.
Het motto dat kennelijk bij het liedje hoort? That’s me.

Welke hit uit 2004 ben jij?

Un long Dimanche de Fianxc3xa7ailles

Het was een hel. Het was in zo hevige mate een hel, dat velen probeerden eraan te ontkomen door zichzelf te verwonden. De militaire leiding antwoordde hierop met de doodstraf.

Het eerste kwartier van de film bevinden we ons in de loopgraven van de eerste wereldoorlog. Vijf mannen zijn ter dood veroordeeld wegens het opzettelijk oplopen van een verwonding. Zij worden het niemandsland tussen de Duitse en Franse linies in gestuurd. xc3x89xc3xa9n van hen, de jongste, is Manech, de verloofde van Mathilde. Wie tussen de linies verzeild raakt zonder de mogelijkheid terug te keren, is kansloos. Maar Mathilde weet dat haar Manech nog leeft en gaat op zoek naar het ware verhaal van die executie, naar hem.

Dat de hel daar voor een paar jaar haar tenten had opgeslagen wist ik. Toch is een blik in de waanzin die oorlog is altijd weer een schokkende ervaring, zeker wanneer zoals in dit geval getracht is de werkelijke ervaring te benaderen. Het eerste kwartier van de film speelt zich af in deze wereld van modder, troosteloosheid, waanzin en dood. En ook in de rest van de film keren we hier steeds terug, om telkens een andere versie van de laatste uren van het vijftal te zien. Ik las ergens dat het wel wat minder had gekund met die scxc3xa8nes op het slagveld: dat wordt immers saai, na een tijdje. Een mening die getuigt van een verwend leven en haast even wreed als de oorlog zelf, naar mijn idee.

Kom vanavond met verhalenhoe de oorlog is verdwenen,en herhaal ze honderd malen:alle malen zal ik wenen.

De hele film is een visueel genot; ieder beeld is met aandacht gecomponeerd. In de oorlogsscxc3xa8nes valt dat minder op, door de brute inhoud van wat je ziet. Buiten de oorlog is de wereld van een soms verpletterende schoonheid. Dat kun je zien als gratuite mooifilmerij, maar ook als een lyrische verbeelding van het leven en de wereld waar geen oorlog is.

Hier en daar kreeg ik de indruk dat het geld dat nu eenmaal beschikbaar was, na het succes van Le Fabuleux Destin d’Amxc3xa9lie Poulain, maar met moeite allemaal uitgegeven kon worden. De ruime shots van Parijs xc3 la 1917 zijn prachtig en zullen ook wel wat gekost hebben. Sommige vliegende camerastandpunten doen wat overdadig aan.
Het leven van Mathilde, een wees toch, heeft steeds iets van een idylle, ondanks het feit dat zij haar geliefde heeft verloren. Mathildes niet aflatende zoektocht naar Manech laat ons kennismaken met de overlevenden, de vrouwen. De film dreigt hier even uiteen te vallen in een aaneenrijging van kleine, mooie scxc3xa8nes, waarvan de rode draad niet gemakkelijk is vast te houden. Uiteindelijk vallen genoeg stukken op hun plaats om er een geheel van te maken. Om alles en iedereen thuis te brengen zal ik de film echt nog eens moeten zien.

Vrede

VREDE

Komt een duif van honderd pond,
een olijfboom in zijn klauwen,
bij mijn oren met zijn mond
vol van koren zoete vrouwen,
vol van kirrende verhalen
hoe de oorlog is verdwenen
en herhaalt ze honderd malen:
alle malen zal ik wenen.

Sinds ik mij zo onverwacht
in een taxi had gestort
dat ik in de nacht een gat
naliet dat steeds groter wordt,
sinds mijn zacht betraande schat,
droogte blozend van ellende
staan bleef, zo bleef stilstaan dat
keisteen ketste in haar lenden,
ben ik te dicht en droog van vel
om uit te zweten in gebeden,
kreukels knijpend evenwel,
en ‘vrede’ knarsend, ‘vrede, vrede.

Liefde is een stinkend wonder
van onthoofde wulpsigheden
als ik voort moet leven zonder
vrede, godverdomme, vrede;
want het scheurende geluid
waar ik van mijn lief mee scheidde
schrikt mij nu het bed nog uit
waar wij soms in dromen beiden
dat de oorlog van weleer
wederkeert op vilte voeten,
dat we, eigenlijk al niet meer
kunnend alles, toch weer moeten
liggen rennen en daarnaast
gillen in elkanders oren,
zo wanhopig dat wij haast
dromen ons te kunnen horen.

Mag ik niet vloeken als het vuur
van een stad, sinds lang herbouwd,
voortrolt uit een kamermuur,
rondlaait en mij wakker houdt?
Doch het versgebraden kind,
vuurwerk wordend, is het niet
wat ik vreselijk, vreselijk vind:
het is de eeuw dat niets geschiedt,
nadat eensklaps, midden door een huis,
een toren is komen te staan van vuil,
lang vergeten keldermodder,
snel onbruikbaar wordend huisraad,
bloedrode vlammen en vlammend
rood bloed, de lucht eromheen behangen
met levende delen van dode doch
aardige mensen, de eeuwlange stilte voor-
dat het verbaasde kind in deze zuil
gewurgd wordt en reeds de armpjes opheft.

Kom vanavond met verhalen
hoe de oorlog is verdwenen,
en herhaal ze honderd malen:
alle malen zal ik wenen.

Leo Vroman

Een gevoel

Als het ware nonchalant vroeg ik mijn collega en kamergenote op de zaak of ze zin had met mij naar de film te gaan. Als terloops antwoordde zij dat ze dat een leuk idee vond. Gisteravond was het zover.

Ik ken haar nu drie jaar en in die tijd heeft zij een speciale plaats in mij veroverd. Er heeft zich een soort tederheid jegens haar in mij genesteld, een soort tederheid die toch ook verlangen inhoudt. Maar verliefdheid is het niet. Het is een soort gevoel dat ik, wanneer ik zou proberen het haar met woorden te verklaren waarschijnlijk niet zo makkelijk uit zou kunnen drukken. Ik geloof dat ik in 1 simpel gebaar (maar wat is simpel in deze) beter kan uitdrukken wat ik voel, namelijk met een omhelzing. Wanneer het haar tegenzit, voel ik de neiging haar even in mijn armen te nemen, haar even te koesteren.

Wij kunnen het goed met elkaar vinden en ik denk graag dat wij iets speciaals met elkaar hebben. Of dat echt zo is, en zo ja: wat dit dan is, weet ik niet zeker. Daar had ik gisteravond graag nog meer over willen ontdekken, maar de film nam het grootste deel van de avond en ons gesprek in beslag en daarna wilde zij graag naar huis: ze was erg moe. Wij liepen door de gure stad, een hagelbui deed de straten zilver glanzen en bij haar auto aangekomen was de omhelzing daar. Bijna helemaal.

En ik dacht: kon zij maar bij mij blijven, vannacht.