De laatste uren vakantie

Er resten mij nog slechts luttele uren, uren die ik weliswaar nog totmijn vakantie mag rekenen maar waarover al de nadrukkelijke schaduwvalt van de terugkeer naar het bureau waarop mijn computer staat. Endie uren wil ik zo goed mogelijk besteden. Maar hoe?

Voor een reis naar de verlaten Armeense stad Ani of een speurtocht naar het prachtige dorp van Il Postinois het natuurlijk te laat. Ook voor een wandeling langs eenwaddenstrand schiet mijn tijd tekort. Bovendien is het hier deze dagen,in weerwil van wat de kalender zegt, herfst. En naar uitwaaien in winden regen verlang ik nu juist niet.

Ik kan nog beginnen in hetboek dat ik deze vakantie toch ook zou gaan lezen. Misschien is hetbeter een film te gaan zien die mij voor zo lang als ‘ie duurt meevoertnaar een onbekende bestemming. Is er iets bijzonders op tv? Er zijn nogenkele emails die ik nodig moet beantwoorden. Of zal ik mijn woonkamereens anders indelen?
In ieder geval woedt in mijn hoofd deze ureneen stille strijd tussen telkens de kop op stekende gedachten aan water morgen allemaal voor mij te doen zal blijken en het deel van mij datdaar nog helemaal niet aan wil.

Natuurlijk kan ik nog wat extrauren bij elkaar sprokkelen door flink laat naar bed te gaan, of zelfshelemaal niet te slapen vannacht. Maar het nieuwe jaar te beginnen alswrak, nee dat is het ook niet, heb ik ervaren.

Advertisements

Wat zat/zit er in Malaga-ijs?

Op zomerse dagen kwam de ijscoman in de straat. Dat deed hij destijds nog met een ijscokar in de vorm van een soort bakfiets. Op de zijkanten van de witte kar stond in zwierige letters Venezia, en bovenop de kar sloten een paar glanzend metalen deksels in de vorm van een reuzetoef slagroom de verschillende bakken met ijs af. De ijscoman zelf was een wat oudere man (maar ik was zelf hooguit tien, waardoor ik me hem misschien ouder herinner dan hij werkelijk was), mager, zachtmoedig en vooral zeer roodharig. Zijn gezicht was bezaaid met rood-bruine sproeten, wat natuurlijk des te meer opviel door het hagelwitte ijscomannenjasje dat hij droeg.

Ik nam altijd Malaga, dat was verreweg het lekkerst. Het ijs had een romig gele kleur waardoorheen geel en roze waren gemengd. En natuurlijk waren er de rozijnen met hun rumsmaak, die ik waarschijnlijk niet als zodanig herkende. Wij hadden nooit drank thuis.
Met zijn spatel schepte de ijscoman het koude goud uit het binnenste van zijn kar en vulde daarmee het koeken ijsbekertje. Van dat bakje at ik zo min mogelijk op, dat bedierf alleen maar het genot van het ijs.

Malaga is altijd mijn favoriete (zeg nooit favo) ijssmaak gebleven, in weerwil van het feit dat het sedert die roodharige ijscoman nooit meer zo lekker is geweest. Van de week kocht ik bij de supermarkt echter een liter Malaga-roomijs en warempel, dat ijs komt in de buurt. ‘t Is wel erg wit, maar de smaak is lekker rummig, net als toen. Rum zit er natuurlijk niet in en dat zal destijds toch ook wel niet zo geweest zijn.

Wat zit er wel in?

  • magere melk
  • room
  • melkeiwitten
  • 15% rozijnenbereiding
    • 37,5% rozijnen
    • suiker
    • water [hier zou natuurlijk ‘rum’ moeten staan]
    • gemodificeerd maiszetmeel
    • aroma
    • voedingszuur (citroenzuur)
    • stabilisator (E415)
  • suiker
  • water
  • glucose-fructosestroop
  • botervet
  • emulgator (E471)
  • stabilisatoren (E410, E412)
  • aroma

Twee tegenvallers

Niet alle boeken die ik lees zijn heel bijzonder. Maar dat ik er bij toeval, neem ik aan, twee tegelijk lees die mij tegenvallen, het een meer nog dan het ander, dat is wel bijzonder. Het gaat zelfs zover dat ik Koetsier Herfst, van Charlotte Mutsaers na bladzijde 243 heb dicht gedaan met het voornemen het daarbij maar te laten. En dat doe ik toch niet snel.

‘Hoho, nu moet ik uitkijken. Anders wordt er straks weer van alles aanelkaar gekkoppeld waaraan ik part noch deel heb, en mijn leven istenslotte geen roman. Misschien zal het dat ooit worden maar nu nogeven niet. En zelf ben ik geen papieren personage. Ik wou maar zeggendat ik niets heb van een dwerg, laat staan van zeven dwergen. Niet quauiterlijk en niet qua innerlijk. Ik ben een knappe vent van bijna tweemeter met hersens zo zwaar als een rijpe meloen, een neus die nietonderdoet voor die van Cyrano en een hart zo ruim als een kathedraal,ik ga daar niet omheen draaien.’
Uit Charlotte Mutsaers: Koetsier herfst

"En zelf ben ik geen papieren personage. "Maar wat voor personage dan wel? Zowel Maurice als Adolphe (Do) komen niet los van het papier, ik hoor in hen alletwee vooral de stem van Charlotte Mutsaers, die daardoor voortdurend in dialoog blijft met zichzelf. De gebeurtenissen, de opmaat naar de ontmoeting tussen die twee, kunnen die platheid nog geruime tijd compenseren, maar zodra het verhaal gaat kabbelen valt de noodzaak verder te lezen weg. Jammer, ik had me er meer van voorgesteld.

De tweede, kleinere teleurstelling is De Graanrepubliek, van Frank Westerman. Zijn Ararat las ik met plezier, met zijn ondertoon van jongensboek. Maar De Graanrepubliek is wat slordig geschreven, waardoor het hier en daar wat rommelig aandoet. Het verhaal dat Westerman vertelt, het verhaal van het Oldambt, met zijn hereboeren, communistische (land)arbeiders, inpoldering en weer teruggeven van het land aan het water, is natuurlijk interessant genoeg om die wat slordige redactie voor lief te nemen.

We zijn toch zeker niet gek!?

Per 1 juli, dat is vandaag, is diesel xe2x82xac0,03 per liter duurder geworden. Een accijnsverhoging.

Het journaal meldt dat nogal wat mensen gisteren nog even snel zijn gaan tanken: het was druk aan de pomp. Want tanken op 30 juni was natuurlijk goedkoper dan het op 1 juli is. Het kan al snel xe2x82xac1,- tot xe2x82xac1,50 per tankbeurt schelen!

Het gemiddeld besteedbaar inkomen per huishouden ligt in Nederland rond xe2x82xac30.000,-. En dan is het toch zeker de moeite waard bij de pomp in de rij te staan om xe2x82xac1,25 te besparen!