Het referendum: moet ik nou stemmen of niet?

Ik ben nogal een trouwe stemmer. Iedere vier jaar, of zo vaak als nodig is, begeef ik mij naar mijn stembureau en stem. Niet dat ik altijd zo ondersteboven ben van wat regering en parlement aan plannen bedenken, maar omdat er altijd wel een persoon op de kandidatenlijst staat waarvan ik denk ‘ja, het lijkt me goed als die mening ook te horen is’.

En toen kwam de referendumwet.

Omdat eens in de vier jaar stemmen niet democratisch genoeg is kregen we de mogelijkheid zelf onderwerpen aan te dragen waarover gestemd kan gaan worden. Als er ten minste 400.000 Nederlanders zijn die dat voor dat onderwerp nodig vinden. Er zijn wel twee eigenaardigheden. De uitslag is niet bindend, dus regering en Kamer hoeven zich er niets van aan te trekken. En minstens 30% van de kiezers moet daadwerkelijk zijn stem uitbrengen. Toch, ‘een feest voor de democratie’.

En toen kwam het associatieverdrag met Oekraïne.

Tjonge, dacht ik, wat een ingewikkelde vraag wordt mij hier gesteld. Ruim 2000 pagina’s telt de tekst van het verdrag in het Nederlands en dan nog de bijlages die alleen in het Engels beschikbaar zijn. Honderden miljoenen plofkippen kwamen langs, de rechten van homo’s en lesbiennes, corruptie en de bestrijding daarvan, de Russische president Poetin die zich in de handen zou wrijven of juist tot het uiterste zou worden getergd,en natuurlijk de enorme kansen voor ons bedrijfsleven. Bij dat alles verschenen er ook nog Oekraïners die mij ervan wilden overtuigen vooral NEE te stemmen en andere Oekraïners die vertelden dat het beslist JA zou moeten zijn. Moeilijk moeilijk.

En toen kam het interview met de initiatiefnemers van het referendum, het Burgercomité EU.

„Oekraïne kan ons natuurlijk niets schelen, dat moet u begrijpen”, zei Arjan van Dixhoorn, voorzitter van het burgercomité, in dat interview. Het comité heeft maar één doel: de EU kapot maken. Daarvoor mag je best €40.000.000 gemeenschapsgeld verspillen aan een referendum.
Website GeenStijl leek het ook wel een ‘leuk zomerdingetje’, zo’n referendum. En toen er nog een aantal goochemerds opdook die wel een appje wilden bouwen waarmee voor het houden van een referendum stemmen een fluitje van een cent werd was het zo gepiept.
Het feest van de democratie bleek een feest van het bedrog.
Woensdag 6 april mogen we dus stemmen. Over het associatieverdrag met Oekraïne. Of over de EU. Of beter, over Nederland uit de EU. Ik ben benieuwd hoe JA en NEE stemmers de uitslag gaan interpreteren. Ik voorzie een voortzetting van het gekrakeel tot ver in de toekomst.
Een ding is me duidelijk geworden: aan referendums hebben we niks. Ik ga niet stemmen. Voor het eerst in mijn stemgerechtigde leven. En noteer een nederlaag voor de democratie.