Naar Het Pauperparadijs

Bij wijze van teamuitje brachten wij een middag en avond door in Veenhuizen. Die bestemming was niet zo maar gekozen. Vanaf half 8 ‘s avonds gingen wij getuige zijn van het theaterspektakel Het Pauperparadijs. Nu verschijnt er doorgaans een frons tussen mijn wenkbrauwen als van mij verwacht wordt een ‘spektakel’ bij te wonen, maar mocht je die reflex herkennen, wat overigens helemaal niet waarschijnlijk is, anders zouden er immers geen theaterspektakels bestaan, negeer hem dan voor deze ene keer. Het Pauperparadijs is de erg moeite waard.

De musical – mag ik het zo noemen? Ja dat mag. – vertelt het verhaal van Teunis Gijben en Cato Braxhoofden, die elkaar ontmoeten in de bedelaars- en wezenkolonie in Veenhuizen. Hij was daar als Amsterdamse ‘wees’ (zijn ouders leefden nog, maar waren te arm om hun drie kinderen te onderhouden) heen getransporteerd, zij was dochter van een der bewakers, een voormalig houwdegen ‘die Napoleon nog in de ogen heeft gekeken’. De kolonie was opgericht door De Maatschappij van Weldadigheid, een initiatief van Johannes van de Bosch, bedoeld om een einde te maken aan de schrijnende armoede in het Nederland van begin 19e eeuw.

Het spreekwoord zegt dat de weg naar de hel geplaveid is met goede bedoelingen. Voor de wezen, armen, bedelaars en zedelozen, kortom de paupers die vrijwillig dan wel gedwongen naar Veenhuizen kwamen bleek dat maar al te waar. Het theaterstuk Het Pauperparadijs laat dat mooi zien.

Het lot van Teunis en Cato is ronduit tragisch. Waar zij hoop koesterden wordt die door het rad van fortuin achteloos teniet gedaan.
De rol van Van den Bosch in deze geschiedenis van is tweeslachtig. Enerzijds is er zijn goede bedoeling iets aan de armoede te doen – natuurlijk vanuit het denkraam van de vroeg 19e eeuw -, anderzijds laat hij de zaak ontaarden in de spreekwoordelijke hel. Daarbij heeft de massieve tegenstand die hij ondervond vanuit de volksvertegenwoordiging, waarin de paupers niet vertegenwoordigd werden, zeker een rol gespeeld.

Het stuk trakteerde ons als weldoorvoede toeschouwer af en toe ook op historische parallellen. Zo lag het tijdens de vaart over de Zuiderzee overleden broertje van Teunis plotseling als het verdronken Syrische jongetje Aylan op het toneel. En al werd het niet genoemd, toch moest ik ook even aan Duurzaam verblijf denken.

Ergens op driekwart van de voorstelling keerde mijn frons toch weer even terug. Cato weigert zich bij haar lot neer te leggen en uit dat in een lied. In een stuk dat 200 jaar geleden speelt ontkom je er natuurlijk niet aan te spreken in voor de toeschouwer enigszins invoelbare taal. De tekst van dat lied ging daarbij voor mij wat te ver. Ik wil zijn, ik wil mijn droom, ik wil er alles uit halen..? Dat klinkt meer als een uiting van welvaartsziekte dan als de hartenkreet van een bewoner van het pauperparadijs.

Kat en muis

Ik fietste op m’n gemak naar huis, genietend van het fraaie weer na een dag op kantoor, toen plotseling een muisje de straat op rende. Geschrokken wist ik mijn voorwiel nog net langs het beestje te sturen, maar ik was bang dat het achterwiel hem toch fataal geworden was. Ik keek achterom, vrezend een stuiptrekkend muisje te zullen zien, en zag in plaats daarvan een kat zijn muisspel verder spelen.

No make up/yes make up

Ik was in de keuken met het eten bezig en luisterde naar de radio. Dit Is De Dag (DIDD) heet het programma waarnaar ik luisterde. Eerst was er een gesprek met prinses Laurentien over een rapport bomvol oplossingen voor het vluchtelingenvraagstuk. Die oplossingen komen van kinderen en zijn verzameld door Laurentiens Missing Chapter Foundation. Een waardevol rapport, lijkt me.

En toen kwam een item over Alicia Keys. Op 31 mei schreef zij een blog waarin zij vrouwen oproept haar #nomakeup revolutie te volgen. Columniste en journaliste Phaedra Werkhoven was in de studio om er iets over te zeggen. Phaedra is behalve journaliste ook een powervrouw, maar deze oproep tot een make up revolutie vind ze ‘eigenlijk wel een beetje hopeloos ouderwets’. Denk aan Dolle Mina. En ja, Alicia Keys heeft makkelijk praten, die is zonder make up ook al mooi.
“Je draagt zelf wel make up, zie ik” zei de presentator, en: “Zou je zonder durven?”
“Tegenwoordig doe ik dat bijna nooit” omzeilde Phaedra handig het wat flauwe ‘durven’. Zij voelt zich prettiger mét make up.

In het vervolg van het gesprek legt Phaedra de functie van make up nog eens uit. Heel veel vrouwen zijn niet perfect (als Alicia Keys) en voelen zich gewoon een stukje zekerder mét.

OK, dacht ik. Dus kennelijk hangt er boven iedere vrouw een ideaalbeeld van haarzelf waaraan zij nooit gaat voldoen en make up helpt haar om dat tekortschieten te maskeren. Dat ideaalbeeld wordt haar voorgehouden in films, reclame en de schoonheidsindustrie enzovoorts en mensen zijn ook helemaal niet te beroerd elkaar de maat te nemen. (de Franse filosoof Sartre zei het al: l’enfer, c’est les autres).

Nou ja, best interessant allemaal, maar niet meteen reden om er hier iets over te gaan schrijven. Maar toen bleek Phaedra wel een issue te weten dat wel de moeite waard is: kijk naar moslima’s en de manier waarop zij onderdrukt worden. Een fijne generalisatie. En je ziet ook meteen de westerse niet moslimvrouw als degene die het helemaal voor elkaar heeft. Zij doet immers wat zij zelf prettig vindt. Van sociale of commerciële druk heeft zij geen last. Zij is wel vrij en heeft helemaal geen reden zich onprettig, laat staan onzeker te voelen.

En toen moest ik toch even aan  ‘t schrijven.

Hier hoor je het gesprek met Phaedra Werkhoven.