Wat zit er in: Toscaanse carrxc3xa9 (AH)

Met een vegetarische dochter wordt de noodzaak eiwit-alternatieven te vinden natuurlijk nog wat groter. Nu verschijnen er de laatste jaren steeds meer van dit soort producten, maar die zijn toch niet allemaal even geslaagd te noemen. En dan heb je ook nog te maken met de puberale smaak van mevrouw.
Deze carrxc3xa9 vind ik bijvoorbeeld vrij goed te eten, maar hij kan verder niet op veel bijval rekenen. Jammer. Het zit hem waarschijnlijk in de licht zure zweem die de pesto met zich meebrengt.

De ingredixc3xabnten:

– vegetarische kaas (kleurstof E160d = Lycopeen, natuurlijke rode kleurstof)
– ui
– paneermeel
– 10% pesto (basilicum, zonnebloemolie, vegetarische kaas, knoflook, zout) (maar waar zijn de pijnboompitten?)
– water
– 8% zongedroogde tomaat
– zonneloemolie
– scharrelkippenei-eiwit (leuk woord)
– gemodificeerd maiszetmeel
– suiker
– knoflook
– gist
– kruiden
– zout
– antioxidant (citroenzuur)
– vitamine B12
– ijzer

Tot onze schrik…

Geachte heer/mevrouw,

Enige tijd geleden heeft u zich aangemeld voor Tele2 Mobiel. Helaas zijn wij er deze week tot onze schrik achtergekomen dat uw bestelling niet uitgevoerd is. Wij bieden u daarvoor onze welgemeende excuses aan.

(..)

Met vriendelijke groeten,
Tele2 Nederland BV

Verre reizen (2)

“De ware botsing van beschavingen begon daarentegen een uur later, toen ik het hotel verliet. Aan de overkant, op een klein pleintje, begonnen zich al vanaf de dagerraad riksjarijders te verzamelen, magere, gekromde mannen met benige, pezige benen. Ze moesten gehoord hebben dat er een sahib in het hotellete was komen wonen – en een sahib moet per definitie geld hebben.
Ze stonden dus geduldig te wachten, geheel tot mijn dienst. De gedachte dat ik comfortabel in een riksja zou zitten, die door een hongerig, zwak, amper ademhalend scharminkel zou worden getrokken, vervulde mij met de grootste afkeer, verontwaardiging, schrik. Een uitbuiter zijn? Bloedzuiger? Een ander mens onderdrukken? Ik was immers in precies omgekeerde geest opgevoed. In die geest namelijk dat die amper levende skeletten mijn broeders waren, mijn kameraden, naasten, vlees van mijn vlees. Dus toen de riksjarijders zich onder het maken van aanmoedigende en smekende gebaren op mij stortten, aandringend en met elkaar vechtend, begon ik ze vastberaden weg te duwen, ik sputterde en protesteerde.
Verbaasd als ze waren begrepen ze niet wat mij bezielde, ze konden me niet begrijpen. Ze rekenden immers op me, ik was hun enige kans, hun enige hoop op een bakje rijst. Ik liep verder, zonder om te kijken, ongevoelig, onbarmhartig, trots dat ik me niet in de rol van een uitzuiger had laten manoeuvreren, die op mensen teerde.”

Ryszard Kapuscinski – Reizen met Herodotos, pag 25

Ster (?)

Gisteravond stond ik tussen de gordijnen mijn tanden te poetsen en keek naar buiten. De kamer achter mij was al donker. Buiten was het koud, dat was duidelijk te zien.

Het licht van de stad verbergt veel moois, maar er stonden toch nog heel wat sterren aan de hemel. Aan de zuidwestelijke hemel viel mij een bijzonder pittig exemplaar op. Niet alleen twinkelde deze ster nadrukkelijker dan de andere sterren, ook de kleuren waarmee zij dit deed vielen op. Staalblauw vooral, met onregelmatig een fel rode knipoog.

De verrekijker bracht haar niet dichterbij.

Ik stelde mij voor dat ik getuige was van een bijzonder, misschien beslissend fenomeen. Bij het opstaan vanochtend was alles nog normaal.

Verre reizen

Naar Peru, naar Zanzibar of naar Thailand en Cambodia, voor twee weken of juist voor drie maanden, vakantie betekent voor nogal wat mensen een verre reis. Soms gaat het om een zonnig strand, dan weer om het bezoeken van bezienswaardigheden zo niet wereldwonderen.

Ik kom er niet goed uit wat achter deze reislust schuilgaat. Vaak is wel duidelijk dat reisdoel of -duur in ieder geval niet al te gangbaar moeten zijn. Men wil zich onderscheiden. En dat lukt ook wel; degenen die zich voor een paar weken naar Italixc3xab of de Griekse eilanden of zelfs Vlieland begeven, laten gelukkig wel merken dat ze een beetje gexc3xafmponeerd zijn door zo’n verre bestemming.

Misschien is het niet anders dan jaloezie die mij mijn bedenkingen ingeeft, maar ik maak mijzelf wijs dat het om meer gaat.

Zonder dat het concreet zo ervaren wordt, lijkt het er toch op dat wij, westerlingen, de wereld al meer als onze speeltuin zien. Niet alleen hebben wij het recht te gaan en te staan waar wij willen (en is het toerisme soms geen belangrijke inkomstenbron voor die verre landen!?), bovendien verwachten wij een speciale behandeling in het geval er iets mis gaat. In die verre landen laat het leven zich soms van een grimmige kant zien en daaraan zijn wij niet meer zo gewend.
Zij wel? Ik weet het niet.
In ieder geval gaat de westerse toerist ervan uit dat hij als eerste uit de penibele situatie wordt bevrijdt. En dat wordt hij ook, want toekomstige bezoekers moeten vooral niet afgeschrikt worden.

Ik kan mij veel voorstellen bij de gedachte dat het bereizen van vreemde culturen een verrijking kan zijn. Maar ik vraag mij af of het in betrekkelijk korte tijd bezoeken van een aantal toeristische hoogtepunten, of het nu een kudde olifanten is of Machu Picchu, een vergelijkbaar resultaat heeft. Het blijven op die manier incidenten in een wereld waaraan wij vooral voorbijgaan. Een wereld die niet zo efficixc3xabnt als de onze is en die daardoor onze vakantieplannen nog aardig in de war kan schoppen.

Een paar dagen geleden las ik een e-mail uit zo’n ver land. En in de paar woorden van dit fragment vind ik veel terug dat aansluit bij mijn twijfels:

Nu zitten we in Shihanoukville aan de kust. Een heerlijk strand en een mooi helder zee. Er zijn weinig toeristen hier. Gisteren zijn we in contact gekomen met een Nederlander die hier zijn pensioen nuttig besteed. Deze man heeft zelf een dorp geadopteerd en daar zijn we vandaag geweest. De mensen in dit dorp zijn afhankelijk van werk in een steengroeve voor 3/4 dollar per dag. Zeer zwaar werk, waar ook de kinderen in dit dorp in werkten.

De duistere oorsprong van het oor

Een dag of wat geleden viel mijn oog op het oor. Welk oor het precies was weet ik niet meer, wel dat op dat moment mijn kijk op het oor, op alle menselijke oren, kantelde, scherper werd, dat ik het oor plotseling zag voor wat het werkelijk is: een uitstulpsel van reptiele, of misschien zelfs buitenaardse oorsprong.

Wanneer je goed naar het menselijk hoofd kijkt, de televisie is hiertoe een goed medium, de eigenaar van het hoofd zal zich langs die weg immers niet snel storen aan je aanhoudend doordringende blik, als je het hoofd dus nauwkeurig in ogenschouw neemt, zie je dat het een eenheid is. Op de oren na.

De oren steken, als je in de juiste stemming bent, op bijna lugubere wijze uit die eenheid naar buiten. Ze lijken in contact te staan met een andere werkelijkheid dan de onze, alsof het antennes zijn die via ons, maar voor anderen de wereld beluisteren.

Kijk zelf maar eens. Of misschien ook beter niet…