Een hoofd vol werk

Het contract met de nieuwe Arbo-dienst gaat op 1 april in en de nieuwe verzuimapplicatie moet per die datum in gebruik genomen worden. Er moet dus veel werk in weinig tijd verricht worden. Daar is ‘dom’ werk bij, maar er duiken ook problemen op die aanleiding zijn voor denkwerk (dat mijn pet af en toe te boven gaat). Het vullen van het databestand met werknemers blijkt al gepaard te gaan met onverwachte voetangels en klemmen. Dat zijn van die problemen waarover je gemakkelijk 24 uur per dag na kunt denken; mogelijke oplossingen schieten mij op de vreemdste momenten te binnen, en dan moet ik ze nog zien te onthouden tot ik weer achter mijn bureau zit.

Het vreemde is dat er gezocht moet worden naar oplossingen waarvan ik zou verwachten dat die bij eerdere afnemers al gevonden zouden zijn. Bijvoorbeeld: hoe laat ik het systeem het verzuim op twee afdelingen zichtbaar maken van iemand die op twee afdelingen werkt?

Ondertussen moeten er allerlei praktische zaken geregeld worden, moeten mensen daarover op de hoogte gesteld worden en moet er hier en daar wat gemasseerd worden omdat niet iedereen direct enthousiast is over al die nieuwigheid.

‘t Is leuk, maar er is weinig ruimte voor andere dingen.
En ‘s avonds ben ik ook nog moe.

Advertisements

Schaamte

Wanneer je dertien bent, of veertien, of daar net tussenin, valt het soms helemaal niet mee met ouders in Het Pierenend te zitten. Je wilt dan namelijk vooral dat die ouders normaal zijn, of beter nog: normaal doen. Niet opvallen! is immers het motto.

Je hebt van die ouders die, zodra ze per ongeluk iets opvallends hebben gedaan, waarop je ze zo onopvallend mogelijk sissend hebt gewezen en verzocht dat verder na te laten, je hebt van die ouders die dan juist nog stommer gaan zitten doen. Dan duik je weg in je stoel, oordopjes in en muziek lekker hard, zodat je vrijwel onzichtbaar bent.
Maar het is nog niet genoeg. Ze gaan met hun armen zitten zwaaien alsof ze niet goed wijs zijn; even de serveerster roepen, noemen ze dat. Je kunt niet lager in je stoel, en onder tafel zitten is geen optie. Er rest je niets anders dan het etablissement spoorslags te verlaten.

Alleen de lokroep van ijs is dan nog krachtig genoeg om je weer naar binnen te laten gaan…

Eerste tractaat (slot)

Appendix

In antwoord op een open brief van liefhebbers van hennepzaad, pompoenzaden en zonnebloemzaden.
Mij is een grote eer te beurt gevallen en – waarom zou ik het verheimelijken? – ik ben blij verrast, want een fragment van bovenstaand tractaat, dat gepubliceerd werd in een van de parochiebladen, vond een sterke weerklank onder de jeugdige lezers. Ook werden mij vanmorgen enkele brieven bezorgd. Vandaar dat ik voor mijn lezers – hen als schrijver indachtig – het nu volgende schrijf, in de stellige overtuiging dat u mij, door massaal in te tekenen op mijn werk, krachtig zult willen steunen.

Over het stelen van een zonnebloem

Linguxc3xafsten over de hele wereld brengen hulde aan die merkwaardige, boven andere verheven plant. Helianthum, Corona solis, ziedaar de koninklijke afstamming, die wel heel getrouw recht doet aan het waardige en sierlijke uiterlijk van de zonnebloem. Naar men zegt droegen ooit witgeklede meisjes tijdens heidense processies – op een tijdstip dat de dag strijd voerde met de nacht – boven hun hoofd ronde zonnebloemschijven, die nog gonsden van bijen en hommels. De op die manier gexc3xaberde zon strooide gul met haar stralen, heel anders dan vandaag. De Kerk heeft deze feestelijke plechtigheden vervangen door de processies op Sacramentsdag en de goddelijke planten door kaarsen…

Maar genoeg nu over de historie, hoewel…als men de met hand geschreven kronieken doorleest kan men van alles ontdekken en over menige zaak zijn gedachten laten gaan…

De plant zelf heeft een bescheiden kiem, grauwbruinig wit. Het hoekige zaad zaaien mensen voor kinderen en vogels. Zo kan het gebeuren dat twee hulpeloze, gezwollen kiemblaadjes zich oprichten naar het licht, op een smal stukje grond, meestal vlakbij de omheining. Tijdens de groei doen zij hun best de mollige boerin niet tot last te zijn, wanneer deze ijverig in de weer is bij de kroezige worteltjes of bezig met het plukken van piepjonge dille voor de garnering.
De jonge zonnebloemen hebben iets van bakvissen. Ze zij lang en stug. Maar een welwillend oog ontwaart zonder moeite de bloemknop, die de ronde, open plek presenteert, vanwaar keer op keer harige helikopters zullen opstijgen om de nectar naar de plaats van verwerking te vervoeren.

In het leven van onze plant is de zomer xc3xa9xc3xa9n groot geknipper van het steeds meer door de zon verblinde oog. Een pimpelmees gaat af en toe op de rand van het zonnebloemgeel zitten en begint – als was het de gewoonste zaak van de wereld – gestaag te pikken. Als de tuinder ‘s ochtend de uitgeruste bloembedden inspecteert, maakt hij een kruisteken over het schild, waarbij hij de bloemen aan de rand ontkorrelt. Je krijgt dan een grauw plaveisel te zien van kriskras, hocus-pocus over elkaar heen kruipende zaadjes.

Ondertussen hebben de bladeren hun kleur verloren. De laatste augurken zijn gered in grote aquaria. De zonnebloem staat nog. De eenzaamheid van de in zijn volle herfst gebukt staande plant kan natuurliefhebbers in vervoering brengen, maar als het gaat om ons standpunt, dan zeggen we kort en bondig tot elkaar: dxc3xadt is het moment.

Het jaargetijde? Als bij het fruit. Het aantal deelnemers? Van geen belang. Maar dat is niet alles. Want het is niet voldoende om zomaar op de zonnebloem toe te stappen: je moet weten hoe. En dat is nu zo eenvoudig als het Onze Vader. Druk twee vingers, duim en wijsvinger, in de zachte, gewatteerde kraag van de plant. Trek het schild eraf. En kijk zelfs niet om naar de zinloos omhoogstekende stengel. Maar ren, ren zo hard je kunt, met het reusachtige wiel onder je arm, als zaten er ergens in de ochtendschemer vrienden van je tevergeefs te wachten op de dageraad.

De zonnebloem is van de platte vlakken de meest volmaakte. Je moet hem in vieren delen. In onze tijd werd hij een haast opiumachtige delicatesse voor Proust lezende gymnasiastes en een waardevolle hartversterking voor gespannen voetbalsupporters.

Maar laat ons, in Gods naam, in de alledaagse middelmaat van het grootsteedse leven zijn goddelijke afkomst – de altaren er Inca’s – niet vergeten.
De zonnebloem, ‘Soleil cou coupxc3xa9’

Marian Pankowski

Oh www

xc2xa92005 Google – Zoekt in 8.058.044.651 webpagina’s, en xc3xa9xc3xa9n van die pagina’s is natuurlijk mijn weblog. Geregeld worden surfers via Google naar Daedalus geleid, en vaak is dat naar aanleiding van zoektermen die op zijn minst verrassend zijn.

Zo gaf iemand de woorden ‘gedicht kikkererwten’ op, wat 160 resultaten opleverde. En Daedalus staat daarbij op de tweede plek. Dat is mooi, al zal de zoeker zal nog flink hebben moeten verder zoeken om zijn zoekwoorden bij mij terug te vinden.

Een ander stuurde via Google de volgende hartekreet de wereld in: ‘ik.wil.mijn vrouw.laten neuken’ (inclusief de punten). Deze zoekopdracht leverde slechts twee treffers op en wederom staat Daedalus.web-log op de tweede plek. En ik zou toch zweren dat ik deze boeiende thematiek nog helemaal niet behandeld heb.
Wat een teleurstelling moet dat overigens geweest zijn voor deze man die zijn vrouw in de aanbieding doet. Net goed!

Het is wel bijzonder dat de gebruikte combinatie van letters en punten nu net mijn weblog in beeld brengt. Alleen het woord ‘neuken’ levert bijvoorbeeld al 1.200.000 treffers op.

Alweer uitslag

Het heeft wel lang genoeg geduurd. Tijd om de poll over de bezoekfrequentie van mijn web-log te sluiten.

De vraag was:
Hoe vaak bezoek je Daedalus’ weblog?

De uitslag is:
15 uitgebrachte stemmen (wat toch helemaal niet zoveel is, eigenlijk), als volgt verdeeld:

Dit is de eerste keer en ik kom nog wel eens terug [53.3% = 8 stemmen]
Dit is de eerste, tevens laatste keer [13.3% = 2 stemmen]
Vrijwel dagelijks [13.3% = 2 stemmen]
Gemiddeld 1 keer per week [6.7% = 1 stemmen]
Een paar keer per week [6.7% = 1 stem]
Gemiddeld 1 keer per maand [6.7% = 1 stem]
Meerdere keren per dag (nou ja, het kan toch?!) [0%]
Heel af en toe, als ik mij verveel [0%]

Acht surfers bezochten mijn web-log voor het eerst en verwachtten op het moment van stemmen nog wel eens terug te zullen keren. Dat is leuk te horen! Wanneer zij dat daadwerkelijk hebben gedaan, mochten zij strikt genomen nogmaals hun stem uitbrengen om aan te geven met welke frequentie zij dat dan deden.

Er blijken in ieder geval vijf geregelde lezers te zijn, en dan noem ik xc3xa9xc3xa9n maal per maand ook nog geregeld. Menig courant zou met een dergelijk lezersbestand de opheffing nabij zijn, maar ik schrijf lustig verder!

Twee bezoekers vonden er niet veel aan en besloten niet weer te komen.

De twee antwoorden die zich op de uiterste vleugels van het waarderingsspectrum bevinden hebben geen stemmen gekregen.

En nu ga ik een nieuwe poll plaatsen, over een nog minder populair onderwerp: klimaatverandering. Mij laat het onderwerp immers niet onberoerd en ik ben toch benieuwd te horen of mijn lezers hier wel eens bij stil staan.

Eerste tractaat (6)

Het psychisch-morele profiel van de onderneming (b)

Kijk, daar baant zo’n jongen zich een weg dwars door de velden, terwijl hij daarvoor toch graag over platgetrapte kleipaden liep. Hij vertrapt de droge, slaperig neerhangende koolbladeren en betreurt het dat de fruitteler zijn triomf niet ziet. Hij wil dat zijn daad onmiddellijk bekend wordt, zodat anderen de waarde en de uitzonderlijkheid ervan kunnen beschrijven. Deze ijdelheid is helaas een der genietingen. Het valt ons hard hierover te schrijven, maar wij willen dat dit tractaat de gehele waarheid bevat. Wellicht zijn er onder de leerlingen van onze kunst enkelen te vinden die in staat zijn op waardige wijze een fruitexpeditie tot een goed einde te brengen? Wij wensen hun dat toe uit de grond van ons hart. Mogen zij manmoediger zijn dan wij…

Desondanks is de bezitter van het fruit uit de boomkruin een idealist. Zelfs het verlangen naar roem – dat een ware begeerte is, brandend als drankzucht of het kaarten tot in de morgen – komt niet verder dan de sfeer van het denken zonder dat het al met al enig materieel voordeel brengt.

Het eerder genoemde drietal, dat ik voor het bovenstaande als voorbeeld koos, is op de leuning van een bruggetje gaan zitten, de benen omlaag in de richting van het geklater van de beek. Het fruit gaat van hand tot hand, wordt gewogen en besnuffeld dat het een lust is. Gefluister, zo nu en dan kinderlachjes – en dan, bij de een na de ander, het kraken van het fruit dat door wolfstanden wordt stukgescheurd. Niemand eet zijn appel helemaal op. De verzadiging is reeds daarvxc3xb3xc3xb3r ingetreden en was van geheel andere aard. Deze paar beten zijn eerder nxc3xb3g een aanslag op het fruit; het dierlijke, het menselijke teken van het bezitten.

Tot zover dit verslag.

Leerling, als je deze verhandeling leest, laat dan iedere passage goed tot je doordringen. Doorgrond de geometrie en het astronomische aspect ervan. Ervaar de afstand, die de eerste siddering van verlangen scheidt van het vervullende gebaar. De hele mensheid bivakkeert tussen deze twee momenten.

Marian Pankowski