Oxfam, Heineken en de twee maten

Er stak een flinke storm op toen bekend werd dat medewerkers van OxfamNovib op Haiti seksueel misbruik hadden gemaakt van vrouwen en meisjes die voor hulp van hen afhankelijk waren. Logisch en terecht. En ook bij andere hulporganisaties bleken dit soort misstanden voor te komen. Regeringen dreigden met stopzetten van subsidies, donateurs stopten hun steun. De geloofwaardigheid van de hulporganisaties brokkelde zienderogen af.

Ook in medialand ging het flink tekeer. Website De Dagelijkse Standaard schreef 14 keer over de misstanden bij de ‘subsidiegraaiers’ bij Oxfam. Daarbij ging het over pedo sexfeesten en kinderen verkrachten, werden minister Kaag en Groen Links niet overgeslagen en werd juichend het aantal opzeggingen door donateurs gemeld.

Ook GeenStijl trok flink van leer tegen de ‘hoerenlopers’ van Oxfam en degenen die er alles van wisten en zwegen ( Groen Links e.a.) of toch iets positiefs over Oxfam wilden zeggen (Dolf Jansen).

Van de traditionele media deed de Telegraaf een hele serie Oxfam-duiten in de zak.

En toen deze storm uiteindelijk wat was gaan liggen kwam NRC met een artikel over hoe het promotiemeisjes van Heineken wereldwijd vergaat. Eigenlijk net zo als de meisjes en vrouwen die het slachtoffer waren van hulpverleners. De mannen van Heineken hebben het geld en dus de macht en de meisjes houden hun baantje voor een karig loon en seks met de baas en aanranding door de klanten. Alle reden voor hiervoor genoemde media in de bres te springen voor deze promotiemeisjes, Heineken alle hoeken van het web te laten zien en bevriende politici de les te lezen. Toch?

Maar zo gaat het tot nu toe niet. De Dagelijkse Standaard en Geen Stijl vinden dit misbruik nog geen letter waard. De Telegraaf wijdde er 1 klein artikel aan en daarvan gaat de helft op aan de verklaring van Heineken: dit past totaal niet bij ons, maar helaas, we kunnen er niks tegen doen.

Zo blijkt voor veel mensen seksueel misbruik toch vooral een cynische aanleiding om politieke en ideologische stokpaarden te berijden.

Heineken

Advertisements

De oorlog tegen drugs

Dat was toch even schrikken, toen de Nederlandse Politiebond (NPB) Nederland in een rapport voor de Tweede Kamer indeelde in de categorie ‘narcostaten’. Dan denk je onwillekeurig aan de Netflix-serie Narcos, de gruwelijke verhalen die we af en toe horen uit Mexico en het moorddadig drugbeleid van de Filipijnse president Duterte. Gelukkig stelt NPD voorzitter Jan Struijs ons ook gerust: “We hebben hier gelukkig geen Mexicaanse toestanden.”

Maar toestanden hebben we inmiddels wel. Drugsgerelateerde liquidaties, de vele wietplantages die worden ontruimd, het dumpen van restchemicaliën van XTC productie in de Brabantse bossen en zelfs infiltratie in het politieapparaat, we horen er geregeld over. En dan is er nog de Rabo bank die ruim 300 miljoen euro reserveert om een dreigende straf wegens witwassen van drugsgeld aan de Mexicaans-Amerikaanse grens te kunnen afkopen.
Hoe ernstig ook, het zijn ‘geen Mexicaanse toestanden’, deze schermutselingen in de periferie van de inmiddels ruim honderd jaar durende oorlog tegen drugs.

In zijn boek boek ‘Chasing the Scream: The First and Last Days of the War on Drugs toont Johann Hari meerdere kanten van het drugsverhaal. Hij praatte onder meer met verslaafden, artsen en grote en kleine drugdealers. Dat levert wrange, schokkende, ontroerende, maar ook hoopgevende verhalen op.

Nieuw voor mij was toch dat de oorlog tegen drugs in de Verenigde Staten lang een racistische rechtvaardiging kreeg.

quote-there-are-100-000-total-marijuana-smokers-in-the-us-and-most-are-negroes-hispanics-filipinos-harry-j-anslinger-66-63-90

Hari’s verklaring van wat verslaving ontstaat en is, is denk ik nogal omstreden. Het ‘stofje’ speelt in zijn uitleg nauwelijks een rol. Verslaving ontstaat na trauma en als copingmechanisme in traumatiserende omstandigheden. Hij illustreert dat bijvoorbeeld door te stellen dat duizenden Amerikaanse soldaten uit Vietnam terugkeerden met een heroïne verslaving, die na thuiskomst geen echte verslaving bleek te zijn; zij konden zonder veel moeite stoppen met gebruiken.

Zijn verhaal over de oorlog tegen drugs snijdt volgens mij meer hout. Hij laat zien hoe deze oorlog hele landen heeft overgeleverd aan criminele bendes en daarbij miljoenen levens heeft verwoest. Colombia, Bolivia, Afghanistan,Thailand, Guinee Bissau en Mexico zijn landen waar de miljarden euro’s die in de drugshandel omgaan de drugskartels in staat hebben gesteld het overheidsapparaat vrijwel volledig te corrumperen.

Het wrange van het hele verhaal is natuurlijk dat die ellende daar ontstaat door de vraag naar drugs bij ons. Door het verbod op productie van en handel in drugs ontstaat de kloof tussen vraag en aanbod, waarover de drugskartels graag hun nietsontziende bruggen bouwen. Om het bezit van die bruggen wordt bovendien door de kartels onderling heftig gestreden.
Hoe feller de strijd tegen de kartels, hoe groter hun behoefte aan mollen in de verschillende delen van de overheid. Hoe zwaarder de wapens die de bestrijders inzetten, des te meer geweld de kartels nodig hebben om de handel bij de westerse consument met koopkracht te krijgen. En de te behalen winsten blijken telkens groot genoeg om extreem geweld te ‘rechtvaardigen’.

Voordat we die door de NPD gevraagde 2000 extra rechercheurs in gaan zetten, zouden we ons misschien de vraag moeten stellen: gaan die 2000 ervoor zorgen dat de oorlog tegen drugs gewonnen gaat worden? Of zal hun aanstelling slechts een nieuwe stap zijn in de escalatie van de oorlog tegen drugs?

De cynicus grimlacht ondertussen bij deze cartoon:

war-on-drugs beeindigen