Gelukkig!

Zo verfomfaaid als ze er direct na de ‘operatie’ uitzag,zo snel werd ze weer het levendige meisje dat ze is. En morgen weer naar school. Jammer genoeg geen schoolzwemmen, en dat kon ze nou net zo goed, ineens!

Advertisements

Amandel en trommelvliezen.

Vandaag werd M’s neusamandel (daarvan heb je er maar 1, leerde ik) geknipt en

kreeg zij trommelvliesbuisjes in haar oren .

Zij werd, zodra het weer een beetje tegenzat, verkouden en daarmee ook bepaald slechthorend. Voor thuis onhandig, maar op school natuurlijk echt hinderlijk. Zo’n juf gaat niet de hele dag met stemverheffing spreken en dan mis je een hoop. We verwachten dat haar die handicap nu bespaard zal blijven.

Van mijn eigen amandelknipperij herinner ik mij vooral nog het bijkomen uit de narcose. Ik lag in een bed waarvan ik niet meteen wist waar het stond en hoorde verontrustende keelklanken om mij heen. Nu ik er weer aan denk meen ik ook het knippen zelf toch enigszins gevoeld te hebben, en dan vooral het benauwde gevoel van iets dat in mijn keel gestoken werd en dat brandde.

Sinds ik zelf direct betrokken ben geraakt bij het leven van (jonge) kinderen (wat een omslachtige, maar in dit geval gerechtvaardigde omschrijving is van de uitdrukking: vader geworden) ben ik snel gexc3xabmotioneerd als het kinderen betreft. Eigenlijk een beetje overdreven sentimenteel, vind ik zelf.
Wanneer ik de kleine M. (6 jaar) weer zie, na deze toch relatief kleine ingreep waarvoor ik bovendien zelf gekozen heb, als ik haar dan weer zie, met een bleek gezichtje, nog wat suf van de verdoving, terug van een gebeurtenis die zij toch niet goed heeft kunnen inschatten, dan prikken de tranen mij in de ogen. Terwijl alles toch goed is. Kijk, de verpleger brengt het eerste ijsje al…

Eigenlijk vind ik dat kinderen nooit iets vervelends mag overkomen. Tegelijk weet ik dat dat niet alleen een onmogelijke, maar waarschijnlijk ook een ongewenste wens is: hoe kun je immers voorspoed waarderen als je niet weet wat tegenspoed is?

Maar er zijn zoveel kinderen die nooit aan voorspoed toekomen…

Brief (fragment)

(…)

Nee ge-skate heb ik niet. Het waren twee stille dagen. Zaterdagmiddag was ik even in Stad; dat er kennelijk minder geld aan Sint-kado’s wordt uitgegeven weerhoudt de mensen er niet van massaal aan het winkelen te gaan. Vreselijk!

Tussen de gouden Bij’tjes viel mijn oog op een boekje van Imre Kertxc3xa9sz. (ik waagde mij toch bij Wristers binnen) ‘De Verbannen Taal’ heet het. De rij voor de kassa’s was zo lang dat ik het begin niet eens vinden kon. Snel (nu ja, dat was mijn bedoeling) fietste ik dus naar Athena’s. Al uitverkocht. Ook bij Boomker en Savenije al weg. Ik begon inmiddels en pesthekel aan mensen te krijgen: dus zo voelt een rat zich tijdens een experiment naar de gevolgen van overbevolking. Tegelijkertijd moet een grote verbetenheid mij bevangen hebben, anders kan ik niet verklaren dat ik weer dwars door de massa koerste om het boekje tenslotte bij V&D te bemachtigen. De kinderpyama’s bleken in de opruiming, wat gelukkig alleen mijn aandacht trok.

Verder ben ik in huis gebleven met studie, boeken, kranten en film. (Het Stenen Vlot; het Iberisch schiereiland maakt zich los van Europa en stevent met gezwinde vaart op de Azoren af. Is toch een mooie film. Jammer genoeg bleek het einde niet opgenomen)

Ondertussen dwaalde jij aan de hand van een verre sateliet over de aarde. En vond een ‘schat’. Als dat een metafoor voor het leven is, dat ‘geo-caching’ (hoe spreek je dat dan uit?), wie of wat zou dan de sateliet moeten spelen? Dat die schat dan tussen aanhalingstekens staat is wel weer toepasselijk.

(…)

Wanneer vertel ik het mijn collega's?

Wij gaan op de zaak heel plezierig met elkaar om, er is ook zeker een gevoel van betrokkenheid, maar van de meeste privxc3xa9-leven weet ik niet zoveel. En over de toestand van de respectievelijke relaties zeker niet.
Zelf heb ik ook niet de neiging hoogte en dieptepunten op het gebied van de liefde op mijn werk breed uit te meten. Maar nu ik al zo’n drie maanden ‘gescheiden’ ben, wordt het toch vreemd dat mijn collega’s dat niet weten.
Zo af en toe is er in een gesprek aanleiding iets te zeggen als: ja, dat deden W. en ik ook wel eens. Maar nu niet meer, denk ik dan meteen, en dan zeg ik dat eerste ook maar niet, omdat die wending op dat moment helemaal niet in het gesprek te pas lijkt te komen.

Donderdag kwam het moment dat mogelijkheid en wens elkaar toch een keer ontmoetten. Ik was samen met X. en iets in ons gesprekje gaf mij de gelegenheid te zeggen: W. en ik zijn ook uit elkaar, trouwens. (‘trouwens’; om de zaak op voorhand enigszins te relativeren; wie weet heeft de ander helemaal geen behoefte aan mijn ontboezeming? Of toch een ‘laffe’ toevoeging om mijn gevoel mee te maskeren?)
X. toonde zich meelevend en verbaasd, ook doordat zij aan mij niets van het zich afspelende onheil had gemerkt. Ik vertelde haar dat ik mij juist op mijn werk relatief goed voel en afleiding kan vinden. Thuis krijgen onzekerheid en somberheid meer kans, waardoor het studeren bijvoorbeeld nogal moeizaam gaat.

“Maar bij ons gaat het ook niet allemaal zo goed, hoor”, merkte ze nog redelijk monter op. Even later kon ze haar tranen niet meer bedwingen. En ik had toch niets aan haar gemerkt.

Wat is liefde toch ingewikkeld, als het niet simpelweg gelukkig is.

Een heel moeilijke puzzel

In het begin van de derde eeuw na Christus hing in de Templum Pacis, de Tempel van de Vrede, een plattegrond van Rome. Deze kaart mat 14 bij 18 meter en was in marmeren platen gebeiteld. Sommige van die platen werden in de loop der tijd ergens anders voor gebruikt, de andere vielen een voor een naar beneden,

in stukken.

Nu is de plattegrond een puzzel van 1186 stukken. 1186 stukken, dat moet te doen zijn, lijkt het. Maar tot voor kort lukte het maar eens in de paar jaar twee stukken passend aan elkaar te leggen.

Twee mensen van de Stanford universiteit bedachten dat je alle stukken zou kunnen scannen, en dan met behulp van de computer de puzzel sneller zou moeten kunnen leggen. Vooral de zijkanten zijn daarbij van belang, die moeten immers aan elkaar passen.

Zo gedacht, zo gedaan. En het werkt! Gemiddeld worden nu twee stukken per maand aan elkaar gelegd. Dat schiet tenminste een beetje op…