Een aalmoes op Kerstavond

Na de schouwburg gingen we eerst wat drinken, waarna we het dezeavond, Kerstavond, niet druk bezochte tapasrestaurant eens gingenproberen. Het eten was lekker, maar we klikten niet zo goed met de man die wel de chef geweest zal zijn.

We fietsten naar huis en zagen de mooie maar ook wat verlatenVismarkt en herinnerden ons het pleintje in Amersfoort een aantal jarengeleden, waar we ons plotseling in een ‘feel good’ Kerstfilm voelden: kraampjes,vuurkorven, marktlui die hun laatste waren probeerden te slijten en een keuraan gelegenheden rondom waar wij ons konden warmen.

We fietsten verder richting huis, kruisten het Zuiderdiep en redenlangs de verlaten zij-uitgang van de bioscoop. Vanuit mijn ooghoeken zag ik haarstaan en in het voorbijgaan hoorde ik haar stem. Een vrouw die staat te bellen,schoot door mijn hoofd. Maar W had haar beter gezien. Ach, we moeten haar watgeven, zei ze en minderde al vaart. Hoezo?, vroeg ik. Zag je dat niet? Ze staatdaar te bedelen!

Het was donker en koud en de plaats leek ons slecht gekozen,zo stil en donker, maar misschien spelen toch andere factoren een rol dan wij denken.We stonden inmiddels stil en controleerden onze beurzen op kleingeld. Het is immerslastig ten overstaan van de ontvanger te moeten merken dat je helemaal geengeld in je portemonnee hebt, of, nog erger, alleen een briefje van tien. Wekwamen samen tot xe2x82xac4,90 en keerden onze fietsen. Nu zag ik inderdaad het stuk kartondat zij voor haar borst hield. Ik ben dakloos, stond er in een onvastlettersop en het sliertige zwarte haar en de ingevallen wangen maakten diemededeling extra geloofwaardig.

Ze wenste ons fijne feestdagen, welke wens wij enigszins beschroomd retourneerden.

Nu de armoede na een kleine eeuw onzichtbaar geweest te zijnweer openlijk over straat gaat, loop ik regelmatig tegen de vraag op wat tedoen. Dat voor veel bedelaars van nu de typering Dubbele diagnose het meestvoor de hand lijkt te liggen maakt het niet makkelijker. Diende het geven vaneen aalmoes vroeger toch vooral om de eigen ziel te reinigen, nu verwachten wevan de bedelaar toch eigenlijk dat zij met ons geld iets nuttigs doet. Het vermoedendat er bier of erger van gekocht gaat worden bevalt ons minder. Terwijl ik tocheigenlijk niets te maken heb met hoe een ander zijn geld besteedt.

Advertisements

Never a dull moment

Ik las in de krant een artikel over de ‘explosieve groei’ van het aantal beeldschermen in de openbare ruimte. Die plaatsbepaling moeten we dan wel wat ruim opvatten: stations, supermarkten, gemeentehuizen, de schermen daar tellen ook me. Een jaar geleden waren het er nog zestienduizend, nu zijn het er naar het schijnt al meer dan vijfentwintigduizend.

Geciteerd wordt ook Michiel Buitelaar. En hij zegt het volgende:  "Bovendien denken we wel dat we het heel druk hebben, maar dan nog blijven er op een dag heel wat zogenoemde killing time momenten over. Momenten waarop we even niets te doen hebben. En is het dan zo erg om geconfronteerd te worden met een boodschap op een scherm? Tel daarbij op dat we steeds beter in staat zijn meerdere dingen tegelijk te doen. In de trein kun je prima de krant lezen en tegelijkertijd naar een scherm kijken. (…) Je kunt de huidige mediaconsumptie vergelijken met snacken. En als je die lijn doortrekt, kun je al die schermen beschouwen als een grote automatiek, waarin alle snacks van je gading te vinden zijn."

En ik had me toch zo voorgenomen geen cultuurpessimist te zijn…

Mark Rothko

"When I was a young man, art was a lonely thing. No galleries, no collectors, no critics, no money. Yet it was a golden age. For we all had nothing to loose and a vision to gain. Today it is not quite the same.
It is a time of tons of ‘verbage’, activity, consumption.
Which condition is better for the world at large, I will not venture to discuss. But I do know that many of those who are driven to this life are desperately searching for those pockets of silence where we can root and grow. We must all hope we will find them".

Mark Rothko 1903 – 1970

Untitled_1968

Untitled – 1968

Herfstbeeld

De dag had moeite te beginnen, licht was er nog nauwelijks. Al was het niet echt koud, het regende en het woei. Het soort weer waar wij zo graag over klagen.

Gehuld in regenpak fietste ik naar de zaak.

Voor mij uit bracht een moeder haar dochter naar school. Het meisje, een jaar of vijf oud, hield de hand van haar moeder stevig vast, maar aan haar paraplu had zij geen behoefte. Ze huppelde.
Zij huppelde in weer en wind, aan moeders hand, op weg naar school. En toen ik langs hen fietste hoorde ik dat zij daarbij zong.

Ja, dacht ik, zo kan het ook.

Dit is geen vrouw

Vind je dat een mooie vrouw dan? vraagt de collega op een toon alsof op die vraag alleen een ontkennend antwoord mogelijk is. Zo heb ik er eigenlijk nooit naar gekeken, antwoord ik, wat ze maar nauwelijks kan geloven. Het is toch ook geen vrouw, het is een schilderij, probeer ik. Ten minste: een poster van een schilderij.

In mijn kamer op de zaak heb ik een affiche opgehangen van een schilderij van Emil Nolde.  Een vrouwenportret zoals dit:

Nolde

In 1929 schilderde Renxc3xa9 Magritte La trahison des images, ‘Het verraad van de afbeeldingen’. Het doek kreeg bekendheid onder de titel Ceci n’est pas une pipe:

Magritte_ceci_nest_pas_une_pipe

En dat is dus nog altijd een actueel schilderij. Wie naar een schilderij kijkt, en dat geldt voor alle soorten afbeeldingen, ziet niet dat wat afgebeeld is maar de afbeelding.

Overigens is het ook al ruim honderd jaar zo dat kunstenaars niet langer proberen het bestaande zo nauwkeurig/flatteus mogelijk af te beelden. Nee, dat proberen ze over het algemeen juist te vermijden. Het is dus bijzonder te merken dat iemand een vrouwenportret van Nolde niet ziet als een schilderkunstige interpretatie van het gezicht van een vrouw, maar als een onhandige en in feite lelijke weergave van dat gezicht.