Het uiterste der zee

Het uiterste der zee

Het uiterste der zee by Pauline Broekema

My rating: 2 of 5 stars


Roman, staat op de titelpagina, maar als roman vindt ik Het uiterste der zee teleurstellend. Dat komt doordat de personages het sjabloon nauwelijks voorbij komen. Alle Joodse onderduikers zijn lieve goede mensen, degenen die de onderduikers helpen zijn goed en dapper. NSB’ers en nazi’s krijgen geen gezicht en blijven daardoor slechteriken van bordkarton.

Als geschiedenis van de Jodenvervolging in Noord Nederland, waar het percentage Joden dat de oorlog overleefde nog lager was dan in de rest van het land, is wat verteld wordt juist weer te veel opgehangen aan deze ene familie.

Het boek zit er net tussenin en overtuigd naar geen van beide kanten.



View all my reviews

Advertenties

Over het groeten

groeten-in-verschillende-talen_23-2147505178Mijn eerste echte kennismaking met het groeten kwam toen ik van de Dordrecht verhuisde naar het Groninger dorp Mensingeweer. Tijdens een van mijn eerste fietsritjes tussen Mensingeweer en Eenrum, waar de winkel was, kwam mij een oudere man tegemoet. Hij droeg klompen, zag ik. Toen wij elkaar passeerden zei hij ‘moi’. Dat was eerst wat verwarrend – hè, ken ik die man? – maar het bleek gewoon; het wende snel en toen was het leuk, vriendelijk. 

Inmiddels woon ik al weer jaren in Stad en dat betekent toch een terugkeer naar de stedelijke mores, althans wat het groeten betreft. We zijn hier natuurlijk ook met velen op een kleiner oppervlak en dan is iedereen groeten wel wat veel gevraagd. Zo lijkt de grotere mensdichtheid juist afstand te scheppen. 

De laatste jaren is ‘de onbekende’ vaak voorgesteld als een indringer, iemand met gure gewoontes en enge ideeën. “Kwaadwillende, agressieve elementen worden ons maatschappelijk lichaam in ongehoorde aantallen binnengeloodst” beweert een onzer volksvertegenwoordigers tijdens zijn partijcongres  en dan word je onwillekeurig misschien toch wat voorzichtiger. Zo belde een buurvrouw – wij groeten elkaar altijd vriendelijk – laatst aan om mij te waarschuwen; zij had gezien dat een man verdacht stond te morrelen aan de deur van onze portiek. Maar tijdens een wandeling buiten de stad viel mij onlangs nog op dat zelfs kinderen mij op een stil landweggetje welgemoed groeten en helemaal niet denken dat ik wel eens een ‘kwaadwillend, agressief element’ zou kunnen zijn (maar dat is misschien mijn wit privilege). 

Als je er op gaat letten valt al snel op dat groeten inderdaad niet voor iedereen vanzelfsprekend is. Sommige mensen die je regelmatig tegenkomt zijn niet of nauwelijks tot een wedergroet te verleiden. Zo is er de buurvrouw met het felle hondje – ik weet niet of dat ermee te maken heeft, maar voor de zekerheid vermeld ik het toch – bij wie een stug ‘hoi’ na jaren groeten het maximaal haalbare is. Ben je aan het hardlopen dan merk je juist dat andere hardlopers, die je helemaal niet kent, je wel vaak groeten. Hetzelfde geldt voor wandelaars onder elkaar, terwijl je al wandelend juist regelmatig een bozige blik of zelfs opmerking krijgt van een fietser die vindt dat je ‘in de weg loopt’ (hier verdienen berijders van een elektrisch rijwiel helaas een bijzondere vermelding). Tijdens mijn dagelijks ritjes per fiets naar het werk en terug herken ik inmiddels ook menig gezicht, maar gegroet wordt er niet; waarschijnlijk is dit fietsen te stedelijk en anoniem en is men al aan het focussen op wat de komende werkdag zal brengen. 

Ik denk dat groeten in tijden waarin we gewaarschuwd worden voor de vreemdeling juist ook in de stad een goed idee is. Nee, niet per se als je in de Heerenstraat over de hoofden kunt lopen, maar in je eigen straat en je ‘eigen’ supermarkt en misschien zelfs in je eigen buurt. Dan gaan we elkaar herkennen en bekende gezichten zijn minder eng dan vreemde. 

Ik zie ineens een goed voornemen voor 2019 opdoemen. 
Groet’n!

Oxfam, Heineken en de twee maten

Er stak een flinke storm op toen bekend werd dat medewerkers van OxfamNovib op Haiti seksueel misbruik hadden gemaakt van vrouwen en meisjes die voor hulp van hen afhankelijk waren. Logisch en terecht. En ook bij andere hulporganisaties bleken dit soort misstanden voor te komen. Regeringen dreigden met stopzetten van subsidies, donateurs stopten hun steun. De geloofwaardigheid van de hulporganisaties brokkelde zienderogen af.

Ook in medialand ging het flink tekeer. Website De Dagelijkse Standaard schreef 14 keer over de misstanden bij de ‘subsidiegraaiers’ bij Oxfam. Daarbij ging het over pedo sexfeesten en kinderen verkrachten, werden minister Kaag en Groen Links niet overgeslagen en werd juichend het aantal opzeggingen door donateurs gemeld.

Ook GeenStijl trok flink van leer tegen de ‘hoerenlopers’ van Oxfam en degenen die er alles van wisten en zwegen ( Groen Links e.a.) of toch iets positiefs over Oxfam wilden zeggen (Dolf Jansen).

Van de traditionele media deed de Telegraaf een hele serie Oxfam-duiten in de zak.

En toen deze storm uiteindelijk wat was gaan liggen kwam NRC met een artikel over hoe het promotiemeisjes van Heineken wereldwijd vergaat. Eigenlijk net zo als de meisjes en vrouwen die het slachtoffer waren van hulpverleners. De mannen van Heineken hebben het geld en dus de macht en de meisjes houden hun baantje voor een karig loon en seks met de baas en aanranding door de klanten. Alle reden voor hiervoor genoemde media in de bres te springen voor deze promotiemeisjes, Heineken alle hoeken van het web te laten zien en bevriende politici de les te lezen. Toch?

Maar zo gaat het tot nu toe niet. De Dagelijkse Standaard en Geen Stijl vinden dit misbruik nog geen letter waard. De Telegraaf wijdde er 1 klein artikel aan en daarvan gaat de helft op aan de verklaring van Heineken: dit past totaal niet bij ons, maar helaas, we kunnen er niks tegen doen.

Zo blijkt voor veel mensen seksueel misbruik toch vooral een cynische aanleiding om politieke en ideologische stokpaarden te berijden.

Heineken

De oorlog tegen drugs

Dat was toch even schrikken, toen de Nederlandse Politiebond (NPB) Nederland in een rapport voor de Tweede Kamer indeelde in de categorie ‘narcostaten’. Dan denk je onwillekeurig aan de Netflix-serie Narcos, de gruwelijke verhalen die we af en toe horen uit Mexico en het moorddadig drugbeleid van de Filipijnse president Duterte. Gelukkig stelt NPD voorzitter Jan Struijs ons ook gerust: “We hebben hier gelukkig geen Mexicaanse toestanden.”

Maar toestanden hebben we inmiddels wel. Drugsgerelateerde liquidaties, de vele wietplantages die worden ontruimd, het dumpen van restchemicaliën van XTC productie in de Brabantse bossen en zelfs infiltratie in het politieapparaat, we horen er geregeld over. En dan is er nog de Rabo bank die ruim 300 miljoen euro reserveert om een dreigende straf wegens witwassen van drugsgeld aan de Mexicaans-Amerikaanse grens te kunnen afkopen.
Hoe ernstig ook, het zijn ‘geen Mexicaanse toestanden’, deze schermutselingen in de periferie van de inmiddels ruim honderd jaar durende oorlog tegen drugs.

In zijn boek boek ‘Chasing the Scream: The First and Last Days of the War on Drugs toont Johann Hari meerdere kanten van het drugsverhaal. Hij praatte onder meer met verslaafden, artsen en grote en kleine drugdealers. Dat levert wrange, schokkende, ontroerende, maar ook hoopgevende verhalen op.

Nieuw voor mij was toch dat de oorlog tegen drugs in de Verenigde Staten lang een racistische rechtvaardiging kreeg.

quote-there-are-100-000-total-marijuana-smokers-in-the-us-and-most-are-negroes-hispanics-filipinos-harry-j-anslinger-66-63-90

Hari’s verklaring van wat verslaving ontstaat en is, is denk ik nogal omstreden. Het ‘stofje’ speelt in zijn uitleg nauwelijks een rol. Verslaving ontstaat na trauma en als copingmechanisme in traumatiserende omstandigheden. Hij illustreert dat bijvoorbeeld door te stellen dat duizenden Amerikaanse soldaten uit Vietnam terugkeerden met een heroïne verslaving, die na thuiskomst geen echte verslaving bleek te zijn; zij konden zonder veel moeite stoppen met gebruiken.

Zijn verhaal over de oorlog tegen drugs snijdt volgens mij meer hout. Hij laat zien hoe deze oorlog hele landen heeft overgeleverd aan criminele bendes en daarbij miljoenen levens heeft verwoest. Colombia, Bolivia, Afghanistan,Thailand, Guinee Bissau en Mexico zijn landen waar de miljarden euro’s die in de drugshandel omgaan de drugskartels in staat hebben gesteld het overheidsapparaat vrijwel volledig te corrumperen.

Het wrange van het hele verhaal is natuurlijk dat die ellende daar ontstaat door de vraag naar drugs bij ons. Door het verbod op productie van en handel in drugs ontstaat de kloof tussen vraag en aanbod, waarover de drugskartels graag hun nietsontziende bruggen bouwen. Om het bezit van die bruggen wordt bovendien door de kartels onderling heftig gestreden.
Hoe feller de strijd tegen de kartels, hoe groter hun behoefte aan mollen in de verschillende delen van de overheid. Hoe zwaarder de wapens die de bestrijders inzetten, des te meer geweld de kartels nodig hebben om de handel bij de westerse consument met koopkracht te krijgen. En de te behalen winsten blijken telkens groot genoeg om extreem geweld te ‘rechtvaardigen’.

Voordat we die door de NPD gevraagde 2000 extra rechercheurs in gaan zetten, zouden we ons misschien de vraag moeten stellen: gaan die 2000 ervoor zorgen dat de oorlog tegen drugs gewonnen gaat worden? Of zal hun aanstelling slechts een nieuwe stap zijn in de escalatie van de oorlog tegen drugs?

De cynicus grimlacht ondertussen bij deze cartoon:

war-on-drugs beeindigen

Wij en het Vals bewustzijn

Ik wandelde zondag in de Onlanden. De wind was wat je noemt snijdend en de temperatuur maar net boven het vriespunt. Ik dacht aan de economie, dat het daar zo goed mee gaat; dat de winsten zo mooi stijgen en de lonen niet. En dat de Nederlandse bank dat van die lonen wijt aan de geflexibiliseerde arbeid. En toen schoot mij ineens het begrip ‘vals bewustzijn’ te binnen.

Halverwege de jaren 90 van de vorige eeuw begon het moderniseren van Nederland en onze arbeidsmarkt. De PvdA wierp tegelijkertijd haar ideologische veren af en dat hielp enorm.

Denken in termen van marktwerking als oplossing voor vrijwel aale maatschappelijke problemen werd ook voor de sociaal-democraten gewoon. Nederland was aan het vastlopen en moest slagvaardiger worden. Het bedrijfsleven moest slagvaardiger worden en een belangrijke belemmering daarbij was de rechtsbescherming van werknemers. Al die mensen met vaste contracten maakten het ondernemen welhaast onmogelijk. En omdat ze vrijwel niet te ontslaan waren deden ze natuurlijk geen stap teveel.

Het duurde niet lang of men ontdekte dat het flexibiliseren van de arbeid ook voor de werknemer een kans is. Alles uit je leven halen, je droom verwezenlijken, dat zijn dingen die je niet makkelijk voor elkaar krijgt als je voor een baas werkt. Ga zelf ondernemen! Begin je eigen bedrijf! Werp die 9 tot 5 mentaliteit af! Weg met dat cao-keurslijf! We horen het al jaren.

Nu zijn er bijna anderhalf miljoen zzp’ers. En met Nederland gaat het een stuk beter. De economie groeit. Mensen die in de thuiszorg werken werden ontslagen, net als de bezorgers van Deliveroo, bouwvakkers en vele anderen. Maar dat gaf niks, want ze konden gewoon doorwerken, als zzp’er. Meestal voor minder geld. Maar wat een vrijheid!

De Nederlandse Bank (DNB) deed onderzoek naar de oorzaken van de afnemende arbeidsinkomensquote*. Daaruit kwam niet alleen naar voren dat zzp’ers minder verdienen dan mensen met een vast contract. Ook de loonontwikkeling binnen de cao’s wordt afgeremd. De DNB zegt het zo:

“Tegelijkertijd ondermijnt de groei van de flexibele schil de onderhandelingspositie van werknemers met een vast dienstverband. Deze groep moet immers concurreren met werkenden in de flexibele schil, die over het algemeen goedkoper zijn en makkelijker zijn te ontslaan als gevolg van juridische en fiscale verschillen.”

En zo belandt de opbrengst van de bloeiende economie vooral bij bedrijven en hun aandeelhouders en bijna niet bij de werknemers.

Maar wat heeft dat ‘vals bewustzijn’ er nu mee te maken?

De Italiaanse communist Antonio Gramsci (1891 – 1937) vroeg zich tijdens zijn 10-jarige gevangenisstraf af waarom het kapitalisme niet vanzelf instortte, zoals de marxistische theorie had voorspeld. Hij ontwikkelde als verklaring hiervoor theorie van de ‘culturele hegemonie’. Volgens deze theorie beheersen de heersende klassen niet alleen de staat en de economie, maar zijn zij ook cultureel dominant. Dat wil zeggen dat zij voor hen wenselijke sociale patronen propageren.

En daaraan moest ik denken, toen ik dacht over de ontwikkeling naar een gefragmenteerde arbeidsmarkt n de daarmee samenlopende dalende arbeidsinkomensquote, terwijl ik wandelde in de Onlanden, op een van de guurste dagen van deze winter.

*Percentage van het nationaal inkomen (netto toegevoegde waarde) dat dient als beloning voor de productiefactor arbeid (arbeidsinkomen)

Dividend, belastingontwijking, gemeenschap

Het was bijzonder te zien dat het nieuwe kabinet al direct in moeilijkheden raakte door die verlaging van de dividendbelasting tot 0%. Dat levert buitenlandse aandeelhouders 1,4 miljard per jaar op. Het land was te klein; want waarom moeten wij allemaal wel belating betalen en zij niet!? En toen kwamen die Paradise Papers er nog eens overheen.

Ik ben bang dat de verontwaardiging volgende week weer vrijwel vergeten is. En dat het hele mondiale systeem van belastingheffing en -ontwijking gewoon blijft zoals het is. In dat spel is die 1,4 miljard maar een kruimel.
Vanwege een aantrekkelijk ondernemersklimaat proberen landen elkaar de loef af te steken met laag-lager-laagste belastingtarieven voor bedrijven. Dat kost de gemeenschappen heel veel geld. Lees bijvoorbeeld eens hoe Apple ervoor zorgt dat belasting betalen een van de dingen is waar weinig geld aan verloren gaat (uit een column van Maarten Schinkel; nrc):
En zo doen alle multinationaal opererende bedrijven het.

Maar er is hoop. CDA leider Buma zei in zijn HJ Schoolezing onlangs dat de ‘de gewone Nederlanders’ verweesd achterblijven, “Alsof de elite er met hún vrijheid en gelijkheid vandoor ging en ze aan de nieuwkomers gaf.”. Daar had hij ‘en met hun geld’ aan toe kunnen voegen. Hij gaf aan dat we terug moeten naar de christelijke traditie van ‘leven in dienst van elkaar’.
Zijn partij zit in de regering en zal zich wel enorm gaan inspannen om ervoor te zorgen dat ieder mens en ieder bedrijf voortaan zijn steentje bijdraagt aan de belastinginkomsten.

Fascisme. Hoe ziet dat eruit?

Een van de termen die nogal eens gebruikt worden om iemand met andere politieke ideeën te diskwalificeren is ‘fascist’. In de jaren zestig van de vorige eeuw waren mannen die sigaren rookten en vonden dat het roken van wiet duidde op slapjanusserij fascisten. In meer politieke zin bleef de term voorbehouden aan obscure rechtse groepjes en later af en toe de PVV. Maar nu valt zij ook Thierry Baudets Forum voor Democratie regelmatig ten deel.

Ik vind dat het gebruik van het woord fascisme het gesprek zelden helpt. Het woord heeft een zodanig negatief imago dat maar weinig mensen, eenmaal als fascist betiteld, nog bereid en in staat zijn tot een open gesprek. Is het begrip ‘fascisme’ dan helemaal niet meer bruikbaar? Toch wel. Het ideeëngoed van het fascisme is immers allerminst van de aardbodem verdwenen.

In The New York Review of Books schreef Umberto Eco een artikel over fascisme. Hij beschrijft het fascisme als een niet heel vast omlijnd cluster van 14 kenmerken, die samen het Ur-fascisme vormen. Praktisch fascisme is opgebouwd uit een aantal van deze kenmerken.

  1. Het eerste kenmerk van Ur-fascisme is een hang naar ‘onze tradities’. (zwarte Piet)
  2. Daarmee samenhangend het verwerpen van modernisme, waarvan de Verlichting als het begin wordt gezien. (moderne kunst is kliederwerk)
  3. Irrationalisme; actie om de actie, eerst doen dan denken.
  4. Niet ‘een wijde blik verruimt het denken’, want afwijkende ideeën zijn verraad van het Volk.
  5. Vreemdelingen brengen vreemde ideeën; fascisme is xenofoob en racistisch. (Islam)
  6. Appelleert aan gevoel van frustratie bij maatschappelijke middengroepen. (graaiers)
  7. De nationale identiteit ontstaat uit de dreiging van buiten; ‘zij’ spannen tegen ons samen. (oikofobie)
  8. De aanhangers voelen zich vernederd door de rijkdom en kracht van de anderen.
  9. Redelijkheid is heulen met de vijand. Die moet overwonnen worden in een ultieme krachtmeting. (Gutmensch)
  10. Minachting voor de zwakke, de verwekelijkte. De fascisten zijn de besten onder het volk.
  11. De dood is de beloning voor een heroïsch leven, het leven is strijd.
  12. Strijd en heroïek zijn moeilijk. De fascist overschreeuwt zijn angst met macho gedrag; daarbij horen minachting voor vrouwen, homoseksualiteit en andere niet standaard vormen van seksualiteit. (vrouwen willen overmand worden)
  13. Als onderdeel van Het Volk heeft het individu weinig of geen waarde. Het gaat om de wil van het Volk. Democratie geeft het individu een stem. (nepparlement)
  14. Fascisme gebruikt ‘Newspeak’; kleine woordenschat, geen ingewikkelde redeneringen, klare taal. (verkiezingsprogramma op ’n A4-tje)

Hier kun je het hele artikel van Eco lezen.