Dividend, belastingontwijking, gemeenschap

Het was bijzonder te zien dat het nieuwe kabinet al direct in moeilijkheden raakte door die verlaging van de dividendbelasting tot 0%. Dat levert buitenlandse aandeelhouders 1,4 miljard per jaar op. Het land was te klein; want waarom moeten wij allemaal wel belating betalen en zij niet!? En toen kwamen die Paradise Papers er nog eens overheen.

Ik ben bang dat de verontwaardiging volgende week weer vrijwel vergeten is. En dat het hele mondiale systeem van belastingheffing en -ontwijking gewoon blijft zoals het is. In dat spel is die 1,4 miljard maar een kruimel.
Vanwege een aantrekkelijk ondernemersklimaat proberen landen elkaar de loef af te steken met laag-lager-laagste belastingtarieven voor bedrijven. Dat kost de gemeenschappen heel veel geld. Lees bijvoorbeeld eens hoe Apple ervoor zorgt dat belasting betalen een van de dingen is waar weinig geld aan verloren gaat (uit een column van Maarten Schinkel; nrc):
En zo doen alle multinationaal opererende bedrijven het.

Maar er is hoop. CDA leider Buma zei in zijn HJ Schoolezing onlangs dat de ‘de gewone Nederlanders’ verweesd achterblijven, “Alsof de elite er met hún vrijheid en gelijkheid vandoor ging en ze aan de nieuwkomers gaf.”. Daar had hij ‘en met hun geld’ aan toe kunnen voegen. Hij gaf aan dat we terug moeten naar de christelijke traditie van ‘leven in dienst van elkaar’.
Zijn partij zit in de regering en zal zich wel enorm gaan inspannen om ervoor te zorgen dat ieder mens en ieder bedrijf voortaan zijn steentje bijdraagt aan de belastinginkomsten.

Advertisements

Fascisme. Hoe ziet dat eruit?

Een van de termen die nogal eens gebruikt worden om iemand met andere politieke ideeën te diskwalificeren is ‘fascist’. In de jaren zestig van de vorige eeuw waren mannen die sigaren rookten en vonden dat het roken van wiet duidde op slapjanusserij fascisten. In meer politieke zin bleef de term voorbehouden aan obscure rechtse groepjes en later af en toe de PVV. Maar nu valt zij ook Thierry Baudets Forum voor Democratie regelmatig ten deel.

Ik vind dat het gebruik van het woord fascisme het gesprek zelden helpt. Het woord heeft een zodanig negatief imago dat maar weinig mensen, eenmaal als fascist betiteld, nog bereid en in staat zijn tot een open gesprek. Is het begrip ‘fascisme’ dan helemaal niet meer bruikbaar? Toch wel. Het ideeëngoed van het fascisme is immers allerminst van de aardbodem verdwenen.

In The New York Review of Books schreef Umberto Eco een artikel over fascisme. Hij beschrijft het fascisme als een niet heel vast omlijnd cluster van 14 kenmerken, die samen het Ur-fascisme vormen. Praktisch fascisme is opgebouwd uit een aantal van deze kenmerken.

  1. Het eerste kenmerk van Ur-fascisme is een hang naar ‘onze tradities’. (zwarte Piet)
  2. Daarmee samenhangend het verwerpen van modernisme, waarvan de Verlichting als het begin wordt gezien. (moderne kunst is kliederwerk)
  3. Irrationalisme; actie om de actie, eerst doen dan denken.
  4. Niet ‘een wijde blik verruimt het denken’, want afwijkende ideeën zijn verraad van het Volk.
  5. Vreemdelingen brengen vreemde ideeën; fascisme is xenofoob en racistisch. (Islam)
  6. Appelleert aan gevoel van frustratie bij maatschappelijke middengroepen. (graaiers)
  7. De nationale identiteit ontstaat uit de dreiging van buiten; ‘zij’ spannen tegen ons samen. (oikofobie)
  8. De aanhangers voelen zich vernederd door de rijkdom en kracht van de anderen.
  9. Redelijkheid is heulen met de vijand. Die moet overwonnen worden in een ultieme krachtmeting. (Gutmensch)
  10. Minachting voor de zwakke, de verwekelijkte. De fascisten zijn de besten onder het volk.
  11. De dood is de beloning voor een heroïsch leven, het leven is strijd.
  12. Strijd en heroïek zijn moeilijk. De fascist overschreeuwt zijn angst met macho gedrag; daarbij horen minachting voor vrouwen, homoseksualiteit en andere niet standaard vormen van seksualiteit. (vrouwen willen overmand worden)
  13. Als onderdeel van Het Volk heeft het individu weinig of geen waarde. Het gaat om de wil van het Volk. Democratie geeft het individu een stem. (nepparlement)
  14. Fascisme gebruikt ‘Newspeak’; kleine woordenschat, geen ingewikkelde redeneringen, klare taal. (verkiezingsprogramma op ‘n A4-tje)

Hier kun je het hele artikel van Eco lezen.

Over het spoor en Alice Neel

De middag van de Amsterdamse stroomstoring was ik in Rotterdam. Alle lichten brandden, de trams stonden niet stil, de borden met de vertrektijden deelden hun informatie en de treinen reden. Nou ja, niet alle treinen en ze waren ook korter.
Daar hadden de forenzen en ik geen rekening mee gehouden. Wij waren met teveel. Ik kon nog net mee, de zich sluitende deur duwde mij naar binnen, maar anderen moesten achterblijven.

De volgende dag treinde ik naar Den Haag, om de schilderijen van Alice Neel te zien. Op het station aangekomen hoorde ik dat er vanwege een seinstoring geen treinverkeer tussen Rotterdam en Den Haag mogelijk was. Duur onbekend. Dan maar overstappen naar het Noorden, dacht ik, en hopen dat het daarheen wel rijdt.
Maar wacht! Kun je tussen Rotterdam en Den Haag ook niet met de metro reizen? Zo gedacht, zo gedaan. En zo stapte ik, wat later dag voorzien en toch nog ruim op tijd, uit tram 16, bij het Gemeentemuseum.

Tot voor kort, tot de krant over haar schreef, had ik nog niet van Alice Neel gehoord. Zo’n tentoonstelling die meteen het hele schildersleven omvat is dan natuurlijk fijn. Vooral als ‘ie uitnodigt tot gedachtes over niet alleen de schilderijen, maar ook over de maakster en waarom zij de portretten, want dat zijn het vooral, schilderde zoals zij deed.
De tekstbordjes spelen daarbij een belangrijke rol, doordat ze nogal wat informatie rondom de schilderijen geven (en hier en daar ietwat ‘hineininterpretieren’, lijkt me). Gaandeweg kreeg ik het idee dat Alice Neel dan wel ‘Schilder van de ziel’ genoemd wordt, maar dan toch niet alleen schilder van de ziel van de geportretteerde was.
Frank O’Hara was conservator bij het Museum of Modern Art (MOMA). Neels psychiater had haar gesuggereerd hem te portretteren, ‘om zich zo aan de serieuze kunstwereld te presenteren’, vertelt het bordje bij ‘Frank O’Hara, no.2, 1960′. ‘Frank O’Hara no.1’, ook van 1960, is een tamelijk lief schilderij geworden, zeker vergeleken met ander werk van Neel. Toen O’Hara nadat hij zo geportretteerd was toch niets deed om Alice Neel te helpen, schilderde zij Frank O’Hara, no.2, 1960. En dat portret mogen we gerust vilein noemen. (zie onderaan)

En zo dwaalde ik rond door de zalen, kijkend, lezend, nog eens kijken, en mij gaandeweg een beeld vormend van het oeuvre van Alice Neel en ook van haarzelf. Hineininterpretierend, zeg maar.

This slideshow requires JavaScript.

Groot liegen en dat volhouden

Een paar maanden geleden stuitte ik op het Twitteraccount van Ton van Kesteren, fractievoorzitter van de PVV in de Groningse Provinciale Staten en besloot het te volgen. Gisteren ben ik daar weer mee gestopt. Ik merkte dat de (re)tweets van Van Kesteren mij afwisselend boos en moedeloos maakten.

Via van Kesteren maakte ik kennis met de hele club anti-EU, anti-Islam, anti-publieke omroep, anti-alle andere politieke partijen in Nederland en anti-duurzaamheid activisten: Martin Bosma, Joost Niemoller, Reinette Klever,Thiery Baudet (de intellectueel van de club), en nog wat van dat slag volk. Een interessante, zij het dus niet vrolijk makende ervaring. De uitdrukking ‘van dik hout zaagt men planken’ blijkt hier volstrekt ontoereikend.

van-kesteren-npo

Een vechtpartij in een asielzoekerscentrum toont aan dat Europa op de rand van totale anarchie staat, dat de NPO ons niet bericht over een of andere toespraak door Marine le Pen bewijst dat de omroep alleen linkse Gutmenschen aan het woord laat, als een vluchteling een meisje aanrand zijn alle vluchtelingen testosteronbommen en dat Britse economie zich hersteld heeft van de inzinking die volgde op het Brexit referendum wordt gebracht als is die economie ‘booming’, dus Nexit!

En dan is er de Calimero reflex. Wij, degenen met het gezond verstand, degenen die spreken uit naam van het volk, degenen die als enigen vechten tegen het islamitische monster, ons wordt het zwijgen opgelegd (de NPO, de kranten), wij worden bedreigd en beledigd – ‘geweld komt in de regel van links’- en wat het ergste is, men noemt ons racisten. Maar wij staan vierkant achter Israël en wij houden van homo’s.

van-kesteren-frankrijk

Het PVV volk is ook nogal lichtgeraakt. Leider Geert Wilders kan tijdens de algemene politieke beschouwingen bij herhaling de Koran gelijkstellen aan Hitlers Mein Kampf en iedere islamiet uitmaken voor fascist, elke kritische opmerking jegens de PVV wordt gepareerd met de verongelijkte uitroep ‘zie je wel! demonisering!’

Het stramien is telkens gelijk. Neem een nieuwsfeit, haal het uit zijn context, geef er een draai aan en blaas het op. En op het gevaar af te worden beschuldigd van demoniseren, denk ik dan toch aan deze uitspraak van de minister van propaganda van het Derde Rijk, Joseph Goebbels:

“De Engelsen houden zich aan het principe dat wanneer men liegt, dan moet het een grote leugen zijn, en deze moet worden volgehouden. Zij houden hun leugens vol, zelfs met het risico ermee voor gek te staan.”

Groot liegen en dat volhouden. Het is niet een communicatiestrategie die exclusief is voor de PVV. Die partij is er wel het meest consequent mee. En dat blijft niet zonder gevolg. Ook mensen waarvan je verwacht dat ze erdoor heen kijken hoor je ineens zeggen ‘dat er toch wel iets in zit’ of ‘dat hij (Wilders) de dingen wel bij de naam durft te noemen’.

Troelstra

In een van de boekenkasten van mijn moeder vond ik het eerste deel van de gedenkschriften van Pieter (of zoals hij zich als Fries dichter noemde: Piter) Jelles Troelstra, verschenen in 1931. Nog in goede staat, maar wel 85 jaar oud. Gedrukt op dat dikkige, wat ruw aanvoelend papier waarvan de randen in de loop der jaren een wat gelige verkleuring hebben opgelopen.

Over Troelstra wist ik niet veel meer dan dat hij een der vroege socialistische leiders was en in het bijzonder de man die in 1918 tevergeefs probeerde ook in Nederland revolutie te laten uitbreken.

Zover is het in dit deel, Wording genaamd, nog lang niet. Hij schrijft hier over zijn kinderjaren in Friesland. Dat levert idyllische taferelen op als deze beschrijving van zijn verblijf op de boerderij van de ouders van een vriendje

img_20160914_193403

Maar in de tweede helft van de 19e eeuw was het leven niet steeds zo mooi. Op zijn 11e jaar verliest Troelstra zijn moeder. Drie maanden na de geboorte van haar zevende kind sterft zij aan tbc. Het kind sterft twee maanden later. Troelstra schrijft daarover:

De pasgeborene Albert was ter verpleging medegenomen door mijn tante te Lemmer, waar het kind na twee maanden overleed. Uit Lemmer gaf mijn vader telegrafisch order, dit overlijden aan vrienden en kennissen bekend te maken. Dit werd mij opgedragen. Het bleek echter, bij uitvoering, boven mijn krachten te gaan; reeds bij het eerste huis, waar ik mijn bodedienst trachtte te verrichten, zakte ik ineen en de droeve doodstijding verdronk in een huilbui.

Troelstra was een goede leerling, zij het niet altijd een brave. Met schaamte herinnert hij zich de keer dat hij met een paar vrienden de ruiten van de school ingooide. Zijn vader wilde dat hij bij hem op kantoor zou komen werken en net als hij belastingontvanger zou worden. Dat kantoorwerk bleek echter niet aan Troelstra junior besteed, waardoor hij toch naar de Hogere Burgerschool mocht. Hij werd uiteindelijk advocaat, tweede kamer lid voor de SDAP en ten slotte dus mislukt revolutionair.

 

 

Van het kritisch en het zuur.

In de Correspondent las ik een artikel over Jos de Blok, de baas van Buurtzorg Nederland. Een thuiszorgorganisatie met een bijzondere organisatorische vorm. Thuiszorg doet het zonder managementteam en zonder divisies en zonder teammanagers. Je kunt het artikel hier lezen (pas als je mijn artikel gelezen hebt natuurlijk).

‘Ik wil het even hebben over wat Rutger Bregman, de ‘journalist’, zegt in de eerste alinea. Hij schrijft daarin namelijk dit:

In de journalistiek is het eigenlijk niet de bedoeling dat je iemand echt bewondert. Als jonge verslaggever leer je zure vragen te blijven stellen, of – zoals dat heet – ‘kritisch’ te blijven. Zelf word je geacht geen mening te hebben. (…) Maar er komt een moment dat nóg een zure vraag bijna belachelijk wordt. Dat je jezelf in steeds meer bochten moet wringen om zuur, pardon, kritisch te blijven.

Journalist Bregman maakt hier van de woorden ‘kritisch’ en ‘zuur’ synoniemen. Dat zal degenen die in contact staan met de tijdgeest niet vreemd voorkomen, maar ik vind het behoorlijk gek.

Het is al jaren geleden dat ik op de zaak het woord ‘kritisch’ voorstelde tijdens een bijeenkomst waar wij onder meer bezig hielden met het bedenken van woorden die ons het beste zouden karakteriseren; dat ‘kritisch’ werd afgewezen, het zou een negatieve lading hebben. En sindsdien heeft de positieve levenshouding wild om zich heen gegrepen. ‘Leuk!’ is inmiddels dan ook een van ‘s lands meest gebruikte woorden, net als ‘Super!’. Zonder de zogenaamde hands-on mentaliteit kom je nergens en we zijn dag in dag uit bezig van alles en nog wat beter te maken. Leuk! De website managementboek.nl floreert ervan.

Tegen de gevolgen van al dat goedbedoelde optimisme steekt de organisatie van Jos de Blok weldadig af, vindt Rutger Bregman. Hij kan dat natuurlijk alleen maar vinden door met de zure, pardon kritische blik van Jos de Blok te kijken naar de werkelijkheid waarin de rest van de zorg zich op heden bevindt. En niet alleen de zorg trouwens. Uit het stuk van Bregman:

Vraag: Heeft u iets waarmee u zichzelf motiveert? Steve Jobs zou iedere ochtend in de spiegel tegen zichzelf hebben gezegd: wat zou ik doen als dit mijn laatste dag was?
Antwoord: ‘Ik heb zijn boek ook gelezen en ik geloof er geen hout van.’

Vraag: Gaat u vaak naar netwerkbijeenkomsten?
Antwoord: ‘Op de meeste bijeenkomsten gebeurt niets, daar zie ik alleen mensen die elkaars meningen bevestigen. Die sla ik dus liever over.’

Vraag: Hoe motiveert u [uw medewerkers]?
Antwoord: ‘Niet. Daar gaat een soort betutteling van uit, vind ik.’

Vraag: Waar ontstaat dan de stip aan de horizon, waar u en uw teams enthousiast van worden?
Antwoord: ‘Die stip is er niet. Ik heb daar niks mee, met zo’n stip.’

Als ik dat soort antwoorden zou geven zou menig wenkbrauw gefronst worden. Wat een zuurpruim, die Remko. Maar als de Blok het zegt is het visionair en helemaal niet zuur, vindt Bregman. Hij schrijft: ‘Aan het einde van ons gesprek realiseer ik me pas echt waarom Jos de Blok zo inspirerend is. Hij is een visionair die de wereld eenvoudiger maakt.’