Damien Rice – Older Chests

<center

Advertisements

Bij ons in het dorp, of hoe de boerkini ontmaskert

Zo’n 40-50 jaar geleden brak de welvaart in Nederland echt door, ook in het dorp. Er was geld en daar konden we leuke dingen mee doen; we kregen een zwembad!
Natuurlijk waren er mensen die dat onzin vonden: zwemmen deden wij jongens toch gewoon in de vaart? En van zo’n zwembad kon toch alleen maar gedonder komen. Nee, een zwembad was niks voor ons dorp.

En inderdaad, het duurde niet lang of het zwembad moest ook op zondag open. "Zo doen wij dat niet in ons dorp" werd er geroepen. Maar de tijdgeest bracht vrijheid en zelf kiezen, dus het zwembad ging op zondag open.
De geschiedenis herhaalde zich nog een paar keer. Zwemmen zonder badmuts? Geen badpak maar zo’n zedeloze bikini? "Zo doen wij dat niet in ons dorp" klonk het telkens, maar de stemmen die iedere dorpeling de eigen keuze wilden laten waren in de meerderheid.

De jaren gingen voorbij, de zwembroeken werden groter, de bikini’s werden kleiner en we dachten dat "Zo doen wij dat niet in ons dorp" uitgestorven was. Tot op een dag een vrouw in ons zwembad verscheen gekleed in een badpak zoals dat sedert de jaren ’10 van de vorige eeuw niet meer vertoond was: een boerkini. Dit schoot de heer Kamp, beoogd leider van de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie, dezelfde die nog pas een paar jaar geleden soldaten naar Afghanistan stuurde om dat land op te bouwen tot een land van en voor vrije mensen, een land waar de burgers hun eigen keuzes zouden mogen maken, dat schoot de heer Kamp dus in het verkeerde keelgat. "Zo doen wij dat niet in ons dorp" sprak hij, "zo’n bourkini is aanstootgevend voor mensen die op een normale manier willen sporten, gezond willen zijn en met elkaar plezier willen maken."
En in zijn stem weerklonk een nauw verholen verlangen naar de tijd dat ons dorp nog van ons was.

Veertien staatsgrepen op een rij

Overthrow_cover_2 Voormalig correspondent van The New York Times Stephen Kinzer onderzocht de motivatie van Amerikaanse regeringen die in de afgelopen eeuw staatsgrepen in het buitenland hebben ondersteund of zelfs op touw gezet. Dat zijn er 14, in achtereenvolgens  Hawaii, Cuba, Costa Rica, de Filipijnen, Nicaragua, Honduras, Iran, Guatemala, Zuid Vietnam, Chili, Granada, Panama, Afghanistan en Irak. In zijn boek ‘Overthrow‘ beschrijft hij het proces in drie fasen dat hierbij vaak te onderkennen is:

  1. Een Amerikaans bedrijf krijgt te maken met een bedreiging van haar winsten door een buitenlandse regering die eist dat het bedrijf meer belasting betaalt, het arbeidsrecht naleeft of milieuwetgeving respecteert. Soms gaat het om dreigende nationalisatie door de buitenlandse regering van (delen van het) het bedrijf.
  2. Het bedrijf beklaagt zicht bij Amerikaans politici over deze inmenging in de bedrijfsvoering. De politici transformeren de klacht van een economische naar een politieke of geostrategische: een regime dat een Amerikaans bedrijf in de weg zit of wil nationaliseren moet wel anti-Amerikaans zijn en waarschijnlijk het instrument van een derde macht die de Verenigde Staten wil ondermijnen. Ingrijpen is noodzakelijk.
  3. De noodzaak tot ingrijpen moet aan het publiek worden verkocht en daartoe vindt een derde transformatie plaats. Het ingrijpen wordt gepresenteerd als een actie ter bevrijding van een onderdrukt volk van wat wel een dictatoriaal regime moet zijn, want welk ander soort regime zou een Amerikaans bedrijf nu in de weg willen zitten?

De ‘regime changes’ die op deze manier tot stand zijn gebracht hebben herhaaldelijk geleid tot het ontstaan van regeringen die werkelijk sterk anti- VS waren. Dat deze les tot nu toe nooit getrokken is heeft weer te maken met het hardnekkige geloof in de VS dat de natuurlijke staat van organisatie voor alle volkeren gelijk is aan die in de VS.  Het omverwerpen van een bestaande regering zal dus vanzelf de weg vrijmaken voor een keuze te leven volgens the American way.

Interview met Stephen Kinzer

Goed nieuws voor chinese verslaafden: de Olympische Spelen komen!

China is een dictatoriaal geregeerd land, dat weten we allemaal. Erzijn mensen die vinden dat het organiseren van grote (sport)evenementenniet aan dictaturen moet worden uitbesteed. Meer mensen lijken echterte denken dat een evenement als de Olympische Spelen een land als Chinajuist kan openbreken. De aanwezigheid van al die sporters en duizendenjournalisten zou als een breekijzer kunnen werken, zou het regime alshet ware dwingen meer vrijheid toe te staan. En dat zie je inderdaadgebeuren. Westerse journalisten hebben de toezegging gekregendat zij tot en met de Spelen vrij-uit met chinezen zullen mogen praten.Ik denk dat de Chinese overheid dit beschouwt als een pilot-project:als de vrije nieuwsgaring goed bevalt mogen Chinese journalisten na deSpelen ook vrij-uit met Chinezen praten en daarvan verslag doen…

Alsje zoveel gasten over de vloer hebt wil je natuurlijk een net huislaten zien. Zwervers en drugsverslaafden horen daar niet bij. Daaromheeft het Beijing Public Security Bureau een methode ontwikkeld omdrugsverslaafden te helpen van hun verslaving af te komen. En het moetwel een heel goede methode zijn, anders zou de plaatsvervangenddirecteur van het veiligheidsbureau, Fu Zenghua,toch nooit durven zeggen dat xe2x80x9cwe de mogelijkheid niet uit[sluiten] datwe alle drugsverslaafden in de hoofdstad hun verslaving nog voor deSpelen kunnen laten opgeven.xe2x80x9d

Ik denk dat ik al weet hoe die Chinezen dat gaan flikken.

Zin in schoppen (bij uitzondering)

Ik hoorde vanavond een mevrouw op de radio zich verbazen over het feit dat de Cubanen de dictatuur van Fidel Castro c.s. zo lang gepikt hebben en nog steeds niet massaal in verzet komen. "Ieder volk krijgt toch de regering die het verdient", zei ze. En dat zijn toch momenten waarop het in mij zo’n beetje begint te koken.

Wat een zelfvoldane trut! Heeft haar hele leven genoten van vrijheid en welvaart, heeft zich nooit bezig hoeven houden met, laat staan verdiepen in het leven in een dictatuur en verkondigt nu blijmoedig dat je het regime dat je onderdrukt toch gewoon naar huis kunt sturen, en als je dat niet doet dan verdien je toch eigenlijk niet beter dan onderdrukking.

"Schop de mensen tot ze een geweten krijgen", schreef Louis Paul Boon in ‘Mijn kleine oorlog’, en hoewel ik  geen voorstander ben van het schoppen van mensen en ook helemaal geen vertrouwen heb in het opvoedend karakter daarvan, had ik vanavond toch zin om die mevrouw een enorme schop onder haar verwende kont te geven.

Als leeuwen en tijgers…

Stel dat wij niet van varkensvlees zouden houden en wel van leeuwen en tijgers. Dan zouden er miljoenen tijgers en leeuwen in Nederland wonen. In schuren en stallen zouden ze leven, met duizenden per stal, en ze zouden een mestprobleem veroorzaken. De mannelijke welpjes zouden zonder verdoving gecastreerd worden, de staartjes zouden gecoupeerd worden omdat ze elkaar die in de overvolle stallen af zouden bijten. Ze zouden met honderden tegelijk op transport gesteld worden en in vrachtwagens dwars door Europa worden vervoerd. Bij aankomst zou een aantal van hen gestorven zijn, door stress of oververhitting. En we zouden het niet fijn vinden dat te weten, maar we zouden er wel mee kunnen leven.

Maar leeuwen en tijgers eten we niet, tijgers en leeuwen treden op in het circus. In Nederland zijn er hooguit twintig, die wonen in hokken veel ruimer dan waar varkens het mee moeten doen. Ze worden niet gecastreerd en bijten elkaar de staart niet af en sterven niet tijdens de reis naar de volgende stad. Maar ze moeten in het circusseizoen wel een paar maal per dag kunstjes doen. En dat is een schande, dat is dier-onwaardig, er moet zo snel mogelijk een einde komen aan die misstand. Het houden van dieren in het circus moet verboden worden!

En het leven van die varkens, nou ja… je kunt niet de hele wereld tegelijk verbeteren, toch?!