Een akelig voorgevoel

We zouden het weekend naar de hoofdstad, W en ik. Maar ik zag er al meer tegenop. Niet zomaar er tegenop. Er tegenop op een mij tot nu toe onbekende manier. Ik werd vannacht wakker, beklemd en zeker wetend dat wij niet naar Amsterdam moesten gaan.

Verhalen over helderziendheid vind ik altijd wel interessant te horen, geloven doe ik er toch niet veel van. Ik zat dan ook nogal met het omineuze voorgevoel in mijn maag. Er is immers geen enkel argument om niet naar Amsterdam te gaan, buiten mijn gevoel dat dat niet goed is.

Een paar jaar geleden wist ik plotseling zeker dat ik een staatslot moest kopen. Dat die gedachte bij me opkwam overtuigde mij al van de juistheid ervan; ik koop nooit een staatslot of wat voor lot dan ook. Ik won niets.

We waren er nog niet in geslaagd een onderkomen in Amsterdam te vinden. E-mails werden niet beantwoord, telefoons niet opgenomen, de kamer was al vergeven. Zou ik W nu bellen dat ze haar pogingen moest staken omdat ik met mijn voorgevoel zat? Mijn moeder vertelde mij eens dat ze een aantal keren voorafgaand aan de dag waarop iemand in de familie stierf een vreselijk beklemmend gevoel had ervaren. Zou ik nu wel, of toch maar niet? Eigenlijk vond ik het nogal belachelijk met mijn voorgevoel voor de dag te komen. Ik deed het toch, tegen mijn verstand in. W was tamelijk verbluft door deze haar onbekende Daedalus.

Nu gaan we niet naar Amsterdam, maar wel weg van hier. Ik voelde me opgelucht nadat dat besloten was. Nu ben ik er weer erg onzeker over, ook doordat waarschijnlijk nooit zal blijken of dit nu een vlaag van verstandsverbijstering is geweest of een in de werkelijkheid gefundeerd besluit, grootschalig sterven in de hoofdstad daargelaten.

Natuurlijk denk ik ook nog aan De tuinman en de Dood. Wanneer dit mijn laatste logje zal blijken te zijn, dan ben ik dus in Ispahaan gebleven.

Advertisements

Blessing in disguise?

Woldhek

Minister Rita Verdonk van Vreemdelingenzaken en Integratie overweegt toch serieus zich kandidaat te stellen voor het VVD-lijsttrekkerschap bij de Tweede-Kamerverkiezingen in 2007.
Drie weken geleden zei ze nog heel stellig dat ze geen lijsttrekker wilde worden omdat er “betere kandidaten” zouden zijn.
Maar de afgelopen weken hebben veel mensen uit de VVD haar benaderd om zich kandidaat te stellen. “Het is een fantastische eer dat zoveel mensen aan mij denken.”

Bron: http://www.NOSJOURNAAL.nl

Geconditioneerd

Tussen werk en winkel stop ik bij thuis. Ik wil alleen even iets ophalen en zet mijn fiets daarom niet op slot.
Kijk, daar ben ik alweer. Ik open mijn kabelslot, steek het door het wiel, druk het dicht en wil wegrijden.

Fiets stallen gaat met fiets op slot zetten. Weer wegrijden gaat met fiets van het slot halen. In beide gevallen moet er iets met het slot gebeuren. Het ‘treintje’ van handelingen trekt zich niet zo snel iets van een veranderde uitgangspositie.

Dit treintje is vrij onschuldig en laat zich gemakkelijk onderscheiden. Maar hoeveel van deze treintjes sturen mij door mijn dagen? En laten zij zich allemaal zo gemakkelijk kennen?

Wat zit er in: Chocolate Therapy?

Ben & Jerry’s Chocolate Therapy (chocolate ice cream with choclate cookies and swirls of chocolate pudding ice cream)

Room (29%)
Water
Suiker
Magere melk
Cacao
Ongebleekte tarwebloem
Koudgeperste sojaolie
Eigeel
Bruine suiker
Cacaomassa
Chocolade-extract
Stabilisatoren (guargom, carrageen)
Cacaoboter
Dextrose
Zout
Vanille-extract
Natuurlijk aroma
Zuurteregelaar (natriumcarbonaat)
Emulgator (sojalecithine)

Dit is wel het meest chocoladige chocolade-ijs dat ik ooit heb gegeten. Heerlijk, als je van chocolade-ijs houdt. Nog niet met slagroom geprobeerd…

Wennen

De kou was uit de lucht, dat had ik vanochtend al opgemerkt. Dus ging ik hardlopen in korte broek. Maar het trainingsjack trok ik toch nog maar aan, uit ongeloof. Ongeloof dat al snel werd gelogenstraft.
Ik bond de mouwen om mijn middel en voelde de verkoeling door de tegenwind. Tegenwind die verkeerde in meewind en ook zon meebracht tijdens het laatste kwartier. Zweetdruppels welden op, prikten mijn ogen en kleurden mijn shirt donker.

‘t Is wel wennen, lente.

Wel over vreemdelingenbeleid

* Inburgering. Tienduizenden zijn in de afgelopen decennia naar Nederland gehaald en gekomen. Zij brachten natuurlijk hun eigen cultuur mee. Nu ontstaat tussen die andere culturen en de Nederlandse cultuur wrijving en wordt de roep om inburgering luider. Zij moeten zich aanpassen aan ons, of liever: worden zoals wij zijn. Is dat een waarachtige eis aan mensen die jarenlang toch als tweederangsburgers zijn gezien?

* Nederland is vol. Daar valt het een en ander op af te dingen. Het is desondanks mogelijk dat mensen naar Nederland zijn gekomen om redenen waarvan besloten is dat we ze onredelijk vinden. Onredelijk is het in ieder geval mensen jaren te laten wachten op Het Besluit. Kinderen gaan naar school, volwassenen zien hun kwalificaties verdampen. En dan komt Het Besluit: toch terug. Mensen worden zo slachtoffer van het feit dat wij ons bureaucratisch proces niet op orde krijgen.

* Veilige landen. Mensen verlaten met weinig of geen middelen van bestaan hun land. Omdat ze gevaar lopen, zeggen ze. De IND onderzoekt die claim. De IND werkt daarbij samen met instanties uit de landen waaruit mensen gevlucht zijn en brengt hen juist daarmee in gevaar. “Dat zal niet meer gebeuren”, beloofde de minister, nadat teruggekeerde vluchtelingen in Congo waren opgepakt. En drie maanden later gebeurde hetzelfde met naar Syrixc3xab teruggestuurden. Hoe is het trouwens mogelijk dat de Nederlandse ambassade in Damascus de dictatuur Syrixc3xab als veilig land bestempeld waarnaar politieke vluchtelingen die bovendien christen zijn zonder gevaar terug kunnen keren?

* De minister. Regelmatig wordt de minister naar de Tweede Kamer geroepen om tekst en uitleg te geven over bovenstaande kwesties. Telkens verschijnt zij met het air van de Rechtvaardige Rechter die de domme jongens en meisjes kamerleden nog xc3xa9xc3xa9n keer, maar dit is dan ook echt de laatste keer, zal uitleggen dat zij een hart heeft, dat zij (en de IND) buitengewoon zorgvuldig te werk gaat en dat zij bovendien altijd gelijk heeft. Punt. En dan achteraf die verongelijkte kop: hoe durven zij te suggereren dat er wellicht iets niet goed is aan de manier waarop zij handelt.

Wat mankeert de mensen toch?

Dinsdagochtend, 8.22 uur. Ik breng M naar school. Het is druk op het fietspad, in beide richtingen.

Voor mij fietst een dame. Net wanneer ik haar in wil gaan halen mindert zij vaart en kijkt over haar linkerschouder. Zij wil linksaf, denk ik, en minder ook vaart, zodat ik rechts langs haar kan rijden zodra zij afslaat. Ze remt verder af en komt tot stilstand, net als ik.
Misschien kunt u beter uw hand even uitsteken, zeg ik, half naast en half achter haar staand.
Ik stop speciaal om de mensen er langs te kunnen laten, reageert de vrouw op kwade toon. Rij dan ook door! Ze is boos en verbergt dat niet.
Nou, probeer ik sussend, u hoeft niet boos te zijn. Ik vraag alleen of u uw hand uit wilt steken. De vrouw stapt op en fietst weg, linksaf, terwijl ze mij nog toesnauwt dat ze van mijn opmerkingen helemaal niet gediend is.