Woensdag 9 mei

Een heel behoorlijk natuurgedicht

De scepsis langzaam weggestorven
en het laatste voorbehoud
met de spotvogels vertrokken
naar het heidense Zuiden
wordt het tijd om te gaan sneeuwen,
eerst langzaam, daarna dichter,
tot alles blanco is en onverlicht,
je reinste Middeleeuwen.

Mooi zo, dan nu maar eens een zwerver
aan laten kloppen. Volluk! Hongur!
Het licht in de boerderij gaat aan,
de zoon wordt onderwijzer, kleinzoon prof
en voor je het beseft
is het vakantie in Toscane.

Rob Schouten

Dinsdag 8 mei

Hormoontherapie

hormonen
of geen
hormonen
dat is de hamvraag – voor vrouwen althans

oftewel: wil je jonger lijken,
kanker krijgen en Alzheimer
of wil je oud lijken
en te lang leven?

als ik m’n moeder over de menopauze ondervraag
kijkt ze me aan alsof ik het woord ‘internet’ laat vallen
‘hebt u ooit opvliegers gehad?’

‘m’n kind, als ik zweette
dan dacht ik dat het door het werk kwam
en ging ik zwemmen of gewoon onder de douche’

Antjie Krog

Gezegd dat hij een man was

Gezegd dat hij een man was

Gezegd dat hij een man was

Hem een geweer gegeven
Hem een oorlog in gestuurd
Hem in stukken teruggekregen
Hem begraven
Hem betreurd

Hem een bevrijding onthouden
Hem danspasjes en dronkenschap onthouden
een loopbaan, pensioen, een hartaanval
Hem niet langer onthouden

Hem vergeten

Neeltje Maria Min

Hongaarse_soldaten0001


Maandag 12 maart

Ochtendlijk overdenken

Wat ik ook niet begrijp, maar dat geeft niet,
zijn je periodieke explosies, ’s avonds
of  ’s nachts, gevoed door sigaretten en drank,

als je eenmaal je benen over de stoelleuning
hebt gegooid en het praten begint, het drammen,
de beledigingen, de confrontaties, terwijl

we niets op onze kerfstok hebben deze keer,
maar vaak is één oude koe al genoeg om elkaar
in toenemende ontreddering met
agressieve toespraken om de oren te slaan.

We gaan naar bed, zonder met elkaar
naar bed te gaan en staan de volgende dag
weer op, gesterkt en verkwikt.

De bui is over,

de hemel is helder,
je ogen staan zacht.

Gerrit Krol

Maandag 26 februari

Op een middag

zwom ik in kalm zeewater helder en fris
op de zandbodem een donkerblauwe steen
ik haalde diep adem en dook, een abnormaal grote vis
slokte mij op, ik zonk weg in een droom
de zon ging snel onder kwam nooit meer op

toen ik die nacht naar huis liep vroeg ik mij af
waar ik geweest was en wat ik deze keer weer
zou zeggen, maar er was niemand en niets
gordijnen tafel stoel bed vloerkleed lamp alles weg
zelfs de spijkertjes waren uit de muren verdwenen

geen maan hield zich op aan de hemel
geen ster was te zien, wat een overbodige leegte
dacht ik en had geen idee waarop te wachten

Wim Hofman

dinsdag 13 februari

Geef nooit het hele hart

Geef nooit het hele hart, want
liefde zal nauwelijks iets waard
zijn voor hartstochtelijke vrouwen
als alles zeker lijkt; zij houden
er niet van dat het van kus tot kus
verbleekt; alles wat lieflijk is
is maar een kort en dromerig genot.
O, geef het hart nooit onverkort
want zij, wat men ons ook vertelt,
leggen hun hele hart in ’t spel.
En wie zal het te spelen wagen
als liefde hem met stomheid heeft geslagen?
Hij die dit schreef, hij weet het tot zijn spijt
want hij gaf heel zijn hart en was het kwijt.

W.B. Yeats
vertaling J. Eijkelboom

10 februari 2007

Geheim gedicht

Vannacht heb ik een zoen begraven.
Hij lag dertien maanden tussen ons in
en jij had al een paar keer gevraagd:
wat ligt daar nou toch steeds.

Toen je eindelijk sliep, drukte ik
de zoen met mijn lippen in een doosje
vol watten en liep naar de tuin. Daar
groef ik een graf van twee monden diep

onder de beuk. De duizend zoenen
die volgend jaar rood en zoet uit de takken
komen waaien, zijn allemaal voor jou.

Ingmar Heytze

Dinsdag 6 februari

O die warme februari-morgen. De ongunstige Zuider kwam
en riep in ons herinneringen op aan onze dwaze schooiers-
tijd, onze jonge ellende.
Henrieka droeg een katoenen rok met wit-bruine ruit, die
misschien een eeuw geleden mode was, een muts met linten
en een zijden sjaal. Het was echt nog erger dan een begrafe-
nis. Wij liepen rond in een buitenwijk. Het was donker weer
en de Zuidenwind riep alle gemene geuren op van verwoes-
te tuinen en verdroogde weiden.
Dat scheen mijn vrouw toch niet zo te vermoeien als het
mij deed. In een plas die de overstroming de maand ervoor
op een vrij hoog pad had achtergelaten, wees ze mij op heel
kleine visjes.
De stad, met haar rook en geraas van bedrijven, bleef
ons ver over de wegen volgen. O andere wereld, met hemel
en lommer gezegend verblijf! De Zuider riep de ellendige
gebeurtenissen uit mijn jeugd in mij op, mijn zomerse wan-
hoopsbuien, de ontzettende massa kracht en kennis die het
lot mij altijd heeft onthouden. Nee! wij zullen de zomer niet
doorbrengen in dit gierig land waar wij nooit meer dan ver-
loofde wezen zullen zijn. Ik wil dat deze straffe arm niet
weer een dierbaar beeld aanhoudt.

Rimbaud 

Arthur Rimbaud

21 januari 2007

Spiegeling

Dagen. Nieuwe dagen. Steeds meer nieuwe dagen.
En ik. Mijn oude ik. Mijn steeds weer ouder ik.
De objectieve waarnemer van al mijn vragen.
Huil maar! Bestudeer je tranen! Huil om de ratio! Wik
De wijsgerige dampverkopers, zij die gierig vrezen
Voor hun teksten te betalen met hun leven.

Vragen. Nieuwe vragen. Seeds meer nieuwe vragen
Aan jou, mijn oude jij, mijn steeds weer nieuwer jij,
De objectieve waarzegster van al die dagen
Dat we, roerloos klaargekomen, zij aan zij
Voor dood daar lagen als twee bleke platte vissen:
‘Elke kus zul je betalen met mij missen.’

Leonard Nolens