31 juli 1990

Soms denk ik

Soms denk ik: deze woorden ik ken ze
en kan ze vouwen tot vrouwen
en verdriet en andere mooie dieren
maar andermaal nederlagend aan de avond
moet ik bekennen: van de woorden
kan ik slechts met moeite zinnen maken zonder zin.
Dat is mijn verdriet
althans een deel ervan.
Wat baat het.
Juli is voorbij en augustus nog niet begonnen.
En het komt nooit meer goed,
ik bedoel dat met mij en al de anderen
want ik spreek haast dagelijks stroever
en weldra onverstaanbaar
zoals nu reeds voor velen en onveelbaar voor mezelf.
Dit ondicht daarvoor dus…

Jotie t’Hooft

Advertisements

Een zwaar beroep

Zondag.

Het is winderig grijs en erg nat. Ook is het niet warm voor de laatste dag van juli; 16xc2xba C is voor onze breedtegraad nu toch wel aan de lage kant.

De badmeester staat onder het overhangende afdak van zijn glazen huisje. En let op. Hij waakt over een achttal zwemmers, dat weinig doet om hem afleiding te bezorgen. Ieder zwemt de lengte van het bad op en neer. Schoolslag en borstcrawl, veel meer valt er niet te beleven.
Misschien organiseert de badmeester in gedachten wedstrijden tussen de nietsvermoedende zwemmers. Of bestudeert hij de patronen die regen en wind over het water trekken en bereidt een gedicht voor.

Niet onmogelijk lijkt het mij echter dat hij zich afvraagt waarom die mensen bij dit weer niet gewoon thuis blijven. Dan was hij daar ook, of ergens anders, waar iets te beleven valt.

29 juli 1990

Acht uur en de schaduwen lang
langer dan men in juli verwacht
geruisloos augustus geruisloos
de sperwers verbeiden hun tijd.

De tarwe zal vallen als water
het pad in het koren verdwijnt
in geheimschrift gecshreven de zoektocht
de queeste naar tederheid.

Merkbaar de nachten langer.
In een glanzende virginiteit
bloeit hij de late acacia
roomwit in de smartelijke zomer.

Aleidis Dierick

Log over geen log

Er zijn van die dagen dat zich niets noemenswaardigs aan lijkt te dienen. Althans, geen zaken die zich lenen voor een logje.

Ik had natuurlijk wel uit kunnen gaan weiden over de dbc (diagnose behandel combinatie) koorts die op de zaak is uitgebarsten. Maar dat wordt dan een technisch verhaal dat niemand interesseert. Laat ik mij dus alleen aan een voorspelling wagen: over een jaar of zes – zeven wordt een parlementaire enquete op touw gezet om te onderzoeken wie dit bureaucratisch gedrocht op hun geweten hebben.

Of ik zou iets kunnen zeggen over de spectaculair, zij het onverklaarbaar dalende verzuimpercentages van de laatste maanden. Maar wie wil daarover lezen?

Of ik zou kunnen vertellen over het late vrijdagmiddaggesprek van twee maanden geleden, tijdens welk iemand voorspelde dat de jonge beleidsmedewerksters het niet lang meer zouden uithouden bij ons, omdat zij hun kwaliteiten zo toch helemaal niet kwijt kunnen. En dat die twee deze week hun ontslagbrief schreven.

Maar dat worden toch al gauw van die al te particuliere stukjes waar niemand op zit te wachten.

Over mijn zwempartijen is al helemaal niet zo veel te melden, of het moest zijn dat ik er een soort verslaafd-zijn bij ontwikkel, zoals ook bij het hardlopen gebeurde. Een soort onrust doet zich voelen tot de inspanning geleverd is, waarna een weldadige tevredenheid daarvoor in de plaats treedt.

En om nu eens uitgebreid te gaan schrijven over De Toverberg, of Secretum, nee. Lees die boeken zelf liever, ze zijn de moeite zeker waard.

Verder schiet mij zo gauw niets vermeldenswaards te binnen, dus dan maar even geen log…

Wat ik niet begrijp

In Irak laten moslims dagelijks meerdere moslims van minder zuiver water ontploffen. Bij de aanslagen in Londen was de kans groot dat moslims om zouden komen, en dat gebeurde dan ook. In Sharm El Sheik sterven tientalen moslims door bommen.

En dan verschijnen er twee Egyptische jongemanen op tv die doodleuk beweren dat het wel Joden geweest moeten zijn die die laatste aanslagen gepleegd hebben. “Want moslims doen zoiets niet. Moslims zouden nooit andere moslims doden”

In wat voor wereld leven die twee?

Een staande uitdrukking

Ook tijdens het 8 uur journaal van vandaag was er twee maal sprake van: een doorgeladen pistool.
Zowel het lid van de Hofstadtgroep als de voortvluchtige tbs’er bleek er een bij zich te dragen.

Maar weet ik eigenlijk wel wat daarmee precies bedoeld wordt? Of klinkt het alleen gevaarlijker dan pistool zonder meer?

Onderweg

Ik sta op een bruggetje over het Eelderdiep, dat zich, zoals een bescheiden stroompje betaamt, onzeker een weg zoekt van het niet waarneembaar hogere naar het op het oog even hoge lagere land. De zon spiegelt in het bruine water, waarop onzichtbare schrijvertjes hun geheimschrift krassen. Een vijventwintigtal allochtone koeien liggen over beide oevers verdeeld in het gras. Met het hoogste van de stad zichtbaar achter mij is het hier volmaakt stil, tot een vlieg voorbij zoemt. Een pluisje zweeft over het water, het kalfje kijkt mij aan.

Het is zo onspectaculair, en toch, in zijn vanzelfsprekende zijn, overweldigend.