28 juni 1990

Ars Poetica

ik weet het nog als de dag van gisteren
(ik was misschien 22): ik zat
te broeden op een gedicht, en mijn moeder
zat bij het raam de aardappels te schillen

het vers wilde maar niet lukken: het zweet
stond op mijn rug en vol ergernis dacht ik:
hoe kan men in godsherenaam dan ook
poxc3xabzie schrijven in een kamer waar
iemand aardappels zit te schillen?

die avond, toen iedereen sliep, maakte ik het
vers af: het was een bijzonder slecht vers

en pas heel veel later begreep ik: de beste
gedichten schrijft men al aardappels schillend

C. Buddingh’

Google stuurt ze naar mij

Wanneer je Google vraagt hiernaar te zoeken: wat is de heilige van vandaag? dagkalender, krijg je 33 resultaten, waarvan de eerste twee het web-log van Daedalus zijn. Maar dan weet je natuurlijk nog lang niet wie de heilige van vandaag is.

Puma gesignaleerd in Nederland levert 275 resultaten. Daedalus staat nu slechts op de derde plaats, maar toch nog 4 plaatsen voor de web-log van Jan Marijnissen.

Mooi!

Angst voor de tandarts

Ergens in mijn verleden moet een oorzaak liggen voor mijn tandartsangst. Als het een concrete oorzaak is, dan is de herinnering eraan zodanig verzwakt dat het geen herinnering meer mag heten. Maar misschien is het niet een gebeurtenis geweest waarvan de indruk zich als angst diep in mij genesteld heeft, tot op de dag van vandaag. Misschien is het de situatie waarin ik bij de tandarts kom te verkeren: overgeleverd te zijn aan de ander, het gevoel te ervaren dat ik geen controle heb.

Al toen ik een jaar of twaalf was ‘vergat’ ik de afspraak bij de tandarts. Ik ging buiten spelen, ja ik blijf in de buurt, en zorgde ervoor dat ik onvindbaar was tegen de tijd dat mijn moeder mij zocht.

Duidelijk is dat er flinke discrepantie bestaat tussen dat wat ik vrees, en dus niet of nauwelijks kan benoemen, en dat wat ik werkelijk heb meegemaakt (althans, mij herinner meegemaakt te hebben). Ik kan voorafgaand aan een behandeling redelijk inschatten wat mij te wachten staat en moet dan erkennen dat er werkelijk niet veel is waarvoor ik bang moet zijn. Nee, een aangenaam verpozen wordt het natuurlijk niet. Maar ook de pijn die wellicht op enig moment te voelen zal zijn kan ik heel goed relativeren. Ook besef ik dat het een minuut of 15 na het tijdstip van de afspraak alweer voorbij zal zijn. En toch is er die redeloze onrust die al een paar dagen tevoren bezit van mij neemt. Ook deze keer.

De vullingen die al sinds mensenheugenis aan de achterkant van mijn twee bovenste voortanden zitten moesten vervangen, zei de tandarts. Voortanden zijn gevoelig, herinner ik mij vaag. De gevoeligheid van je voortanden is een stuk minder als je ouder wordt, zegt zij als ik in de stoel plaatsneem. (Had dat eerder gezegd! denk ik) Als het toch te veel pijn doet hoef ik mijn linkerhand maar op te steken en de verdoving wordt gegeven. Maar zo’n prik in je tandvlees is ook niet alles vind ik, voegt ze eraan toe, en daar ben ik het helemaal mee eens.

Wanneer het boren even later gedaan is heb ik nog helemaal niets gevoeld. En het zijn toch twee flinke gaten, voelt mijn tong.

Nu is de hele behandeling een herinnering en het resultaat tastbaar noch zichtbaar. Het zij gewoon weer twee voortanden waarmee het goed bijten is.

de andere knie

Vandaag was mijn derde zwemdag, met minder medezwemmers dan de vorige twee keren. Het was dan ook maar 21xc2xb0 C, wat toch nog warm genoeg is om na de eerste serie van acht op de tribune in de zon te zitten. Meer mensen dan eerder deze week verwachtten kennelijk dat wat fris zou zijn, gelukkig.
Inmiddels is mijn linkerknie weer bereid te zijn wat een gewricht hoort te zijn, een scharnier dat scharniert zonder om aandacht te vragen. De rechterknie echter is van mening dat het nu zijn beurt is. Of hij houdt helemaal niet van zwemmen en laat dat voelen.
Of ik loop weer te hard van stapel.

Ondertussen aarzel ik nog steeds, overigens zonder veel overtuiging, of ik nu een abonnement zal kopen of niet. De komende vijf dagen organiseert het zwembad van 16.30 tot 19.30 uur de zwem-vierdaagse, wat gepaard gaat met tobbedansen en karaoke en dus niets voor mij is. Dat betekent zwemmen voor dag en dauw, of zwemmen in de schemering. Beide klinken wel leuk, maar vergen enige mentale herprogrammering.

Music for heatwaves

Om een cd voor een jarige collega op te halen parkeerde ik mijn fiets voor de etalage. Heel veel cd’s en aankondigingen van oud en nieuw te verschijnen schijfjes etcetera riepen achter het glas om aandacht. Pontificaal midden op de ruit een grote affiche van Julixc3xabttes favorieten. Vandaar gleed mijn blik naar de linkerbenedenhoek, vlak naast de deur, waar heel bescheiden, naast elkaar, de tweeling Young Gifted and Black lag.
Juist een paar dagen geleden voegde ik Desmond Dekker / The Israelites toe aan mijn mp 3 verzameling.
Binnen zocht ik het duo op en het bleek zelfs een dubbele tweeling te zijn. Twee maal 50 originele ska, rocksteady and reggae songs uit de tijd dat stereo nog niet vanzelfsprekend was. Een aantal van deze ruwe diamantjes ken ik al in de gepolijste, flauwe versie waarin anderen er een hit mee maakten. Love Of The Common People, Red Red Wine, Cherry Oh Baby. Veel hoor ik voor het eerst. Allemaal is het prachtig.

En dat voor nog geen 10 euro!

Nat experiment

Het werd mij al aangeraden, en toen ik zondag, ondermeer vanwege te verrichten veldwerk inzake de vermeende toenemende corpulentie van de Nederlander, in het zwembad verbleef en een paar luie baantjes trok, wat vanwege de drukte nog helemaal niet meeviel, toen ik zondag dus daadwerkelijk in de Papiermolen was, dacht ik: waarom ook niet?

Vanmiddag lag ik dus weer in het water, bij wijze van experiment nog, om eens te zien of zwemmen inderdaad een, tijdelijk, alternatief voor hardlopen kan zijn. Want het gaat inmiddels wel weer veel beter met mijn knie, maar ik denk dat het toch beter is wat langer rust te nemen dan een maand geleden. En de rest van dit lichaam mag niet in ledigheid wegzakken natuurlijk.

En beviel het?

Wellicht lag het aan mijn stemming, maar ik dacht dat hardlopen toch wel iets leuker is. Vooral de aanwezigheid van andere zwemmers, waar je steeds op moet letten om aanvaringen te vermijden onderscheidt zwemmen in negatieve zin.

Ik ben niet veel gewend qua zwemmen, dat merkte ook ik al snel. Na zes baantjes en krap 15 minuten was het gelukkig nog mooi weer genoeg om in het aarzelende zonnetje wat uit te kunnen rusten. Tijdens de volgende 4×50 meter bedacht ik dat je ook te water natuurlijk te veel hooi op je vork kunt nemen en dat het voor vandaag genoeg moest zijn.
Donderdag wordt de proef voortgezet.