Onwanhopig leven

"Zolang het ‘wel is uit te houden’, krijgt men wat men verdient, het middelmatige, onvrolijke, onwanhopige leven, met een slecht geweten, de stille hoogmoed van iemand die zich niet volledig inzet en denkt: als ik het zou doen, dan zou je eens wat zien. Het enige wat helpt is werken en zorgen dat het leven niet de plaats inneemt van het Leven, dus fit blijven als een sport-professional.
Ik heb te lang gewacht, en gefreewheeld op een aanwezig talent, te weinig ook geloofd aan mijn vermogens en de noodzaak om te werken. Zoals het gegaan is heb ik noch het gewone goede leven geleid, noch het moeilijke van de kunstenaar, met de pretentie van beiden te doen".

M. Vasalis

Continue reading

Slumdog

De feelgood movie of the decade wordt ‘ie genoemd, en het is waar, een van de  door het noodlot hard getroffen broertjes en het dito meisje krijgen elkaar na twee uur tegenslagen overwinnen toch. En het andere broertje offert zich voor hen op.
De film speelt in India. Dankzij een golf van geweld door hindoes tegen moslims  worden de kinderen wezen en dat betekent in India dat je als zes/zeven-jarige geheel op jezelf bent aangewezen.Van op het eerste gezicht aardig lijkende volwassenen moet je dan in de regel niet hebben. Die barre werkelijkheid wordt in Slumdog Millionaire niet verbloemd.

Een van de broertjes red het door een carrixc3xa8re als gangstermaatje, het meisje is mooi en wordt gangsterliefje. De andere broer bewandelt het rechte pad en dat hij het tot theejongen in een callcenter brengt en uiteindelijk zelfs weet door te dringen tot de televisieshow ‘Who wants to be a Millionaire’ lijkt dan ook niet voor de hand te liggen. Maar dit is film. Een goede film.

Het verhaal wordt mooi opgebouwd door heen en weer te schakelen tussen de tv-show en de episodes uit het leven van de jongen die hem in staat hebben gesteld de juiste antwoorden op de quizvragen te geven. De film is visueel sterk en er zitten prachtig gemonteerde sequenties in. Minder vond ik de muziek die zich af en toe wel erg op de voorgrond dringt. En zoals gezegd, de boodschap, als je daar al van mag spreken, is er een van hoop: amor vincit omnia. En toch.

Het noodlot dat de kinderen treft is niet zo maar een ongelukkig voorval en de onverschillige wereld waarin zij terechtkomen is maar al te werkelijk. Terwijl ik in mijn behaaglijke bioscoopstoel tevreden zit te kijken hoe die brutale jochies zich erdoorheen slaan, zijn er in het echte India (en elders) vele kinderen wie het geluk niet toelacht. Die grauwe werkelijkheid is in deze film nadrukkelijk aanwezig als decor waartegen mijn ‘feelgood ervaring’ zich moet ontrollen. En dat wringt.

Dat hebben we gehad

"Samen met ‘Het Vuur’ van Henri Barbusse behoort Robert Graves‘ verbeelding van de loopgravenoorlog tot de absolute hoogtepunten uit de literatuur over de Grote Oorlog van 1914 – 1918."
Als dat werkelijk zo is, en dat zegt niet alleen de achterflap van het boek maar ook het artikel in de krant dat de aanleiding vormde voor het lezen ervan, dan is er niet veel goede literatuur uit die oorlog voortgekomen. Een tegenvaller dus, dit ego-document van ruim 400 pagina’s.

Dat het geen pretje was daar in de Franse modder wordt wel duidelijk. Maar hoewel Graves zelf zeker met de ellende heeft kennis gemaakt, komt hij toch niet echt los van het perspectief van de officier. En dat perspectief is vrij bepalend in de hixc3xabrarchische wereld van het begin van de twintigste eeuw. Er was de mess voor hogere officieren en er was de mess voor lagere officieren. Maar waar was de mess voor de soldaten? In de modder, denk ik.

Het gaat veel over de verschillende legeronderdelen die allemaal hun eigenaardigheden aan hun geschiedenis hebben overgehouden en waartussen de nodige animositeit bestond. Het eigen onderdeel is natuurlijk het beste en het dapperst, des te meer als je het vergelijkt met Ierse, Schotse of nog ‘exotischer’ onderdelen. Over de mensen in de oorlog lezen we minder dan over welk legeronderdeel aan de verschillende slagen deelnamen.

Zijn eerste vrouw, Nancy, was een vroege feministe. Interessant, zo’n tegendraadse vrouw in het Victoriaanse Engeland. Maar haar leren we in het deel dat na de oorlog speelt nauwelijks kennen. Ze wilde graag vier kinderen, een meisje, dan een jongen, dan weer een meisje en tenslotte een jongen, en die kreeg ze ook. Om daarna steeds vaker en tenslotte bijna altijd ziek te zijn. Hoezo, denk ik dan, wat voor ziekte was dat dan? We lezen echter alleen dat Graves er dus steeds meer alleen voor stond, wat de verzorging van de kinderen betreft. Tot ze gingen scheiden. Toen werden de kinderen ‘natuurlijk’ aan Nancy toegewezen, verhuisde Graves naar Mallorca, trouwde opnieuw en kreeg weer vier kinderen.

Het boek wekt tenslotte de indruk nogal gehaast geschreven te zijn. Als Graves op driekwart vertelt dat hij voor de vierde keer in zijn leven de dood in de ogen heeft gekeken, moet hij daarbij vermelden dat hij misschien in het eerste hoofdstuk had moeten vertellen dat hij als kind een levensbedreigende ziekte heeft gehad. En daar heeft hij dan wel gelijk in.

Wir Geniessen die himmlischen Freude

Prachtig was ‘ie, de vierde symfonie van Gustav Mahler, gespeeld door het Symfonieorkest Vlaanderen.

Voor de pauze kregen we de derde van Schubert en die was ook mooi, maar na de pauze kwam Mahler dus. Om een beetje voorbereid te zijn, ik kende deze symfonie van Mahler immers niet, had ik een uitvoering op cd geleend, van de bibliotheek. Ook mooi, maar vanavond was het nog veel mooier. Het leek haast wel of het andere muziek was (dat was natuurlijk niet zo, dat bewees de herkenning); het duurde langer, vooral het derde deel, en dat was helemaal niet erg. Prachtige verstilling en dan weer crescendo’s die net niet helemaal tot wasdom kwamen.

Het Wener orkest o.l.v. Leonard Bernstein deed het eens zo:

En wat die himmlischen Freude betreft: was dat maar waar…