Met je ogen bijna uit

Om echt te horen is het jammer dat we ook ogen hebben. Ogen spelen immers vaak de baas. De oren moeten luisteren naar wat de ogen zien. Ogen zijn actief, oren zijn passief, als je niet oplet. En dat is jammer, want er is veel meer te horen dan de ogen zien.

Gistermiddag was ik in de stad en zette mijn ogen op een laag pitje; ze mochten alleen opletten en er voor zorgen dat ik niet tegen van alles en nog wat op zou botsen. Daarmee hoefden ze zich trouwens niet te vervelen, op zaterdag lopen er nog meer mensen in de stad dan op andere dagen.

Wat je dan allemaal hoort!

Ja, geroezemoes natuurlijk (Geroezemoes. Een kandidaat voor de titel ‘mooiste woord van het Nederlands’?) Maar daarvoor, voor dat geroezemoes, zoveel andere geluiden uit zoveel richtingen. Hakken op steen, een lach, een accordeon, het verdriet van een kind, een fietsbel, het aanprijzen van fruit, het carillon, geschuifel, en passerende scooter, “volgens mij heeft die geen viagra nodig” (achter mij langslopend meisje tegen vriendin; oh nee, ik mag niet kijken), flarden muziek uit kledingwinkels, een helikopter…
Tegen de achtergrond van geroezemoes die constant lijkt maar dat niet is, duiken allerlei fragmenten willekeurig op. Al die geluiden samen crexc3xabren een enorme ruimte, een geluidslandschap waarvan je je niet vaak bewust bent.

Ik zou daar wel eens een opname van willen maken. Beginnend in een stille straat, met vooral mijn eigen voetstappen, dan crescendo tot op de markt en dan weer naar de stilte aan een andere kant. Die natuurlijk helemaal geen stilte zal blijken te zijn, maar de ruimte waar de kleine geluiden zich hoorbaar kunnen maken.

Kikkererwten en brood…

Nasroedin at armeluis kost: kikkererwten en brood. Zijn buurman, die eveneens beweerde een wijs man te zijn, woonde in een groot huis en genoot van overvloedige maaltijden die de keizer hem zelf verstrekte.
Zijn buurman zei tegen Nasroedin: ‘Als jij zou leren de keizer naar de mond te praten en hem gedienstig te zijn, net als ik, hoefde je niet van kikkererwten en brood te leven’.
Waarop Nasroedin antwoordde: ‘Als jij gewend zou zijn om kikkererwten en brood te eten, hoefde je de keizer niet naar de mond te praten en hem gedienstig te zijn’.

Herken je hierin iets van jezelf?

Gentle Rain…

Gentle Rain

We both are lost
And alone in the world
Walk with me
In the gentle rain
Don’t be afraid, I’ve a hand
For your hand and I
Will be your love for a while

I feel your tears as they fall
On my cheek
They are warm like gentle rain
Come little one you have me in the
World and our love will be sweet
Very sweet

Our love will
Be sweet very sad
Very sweet like gentle rain
Like the gentle rain
Like the gentle rain

Written by – Luis Bonfa-Matt Dubey
Sung by Diana Krall (bijvoorbeeld)

Een dag met sprookjes

Wat een prachtige ochtend!

Om ongeveer kwart voor negen keek ik uit het raam. Ochtendnevel lag over het land en kringelde traag uit de vijver omhoog. Bomen rezen als zwarte silhouetten uit de benevelde aarde. Het gras glinsterde.
De lage zon doorstraalde alles met een oranje gloed. Even dacht ik dat ik een elfje zag zweven aan de waterkant…

Later op de dag, fietsend naar huis, ontwaarde ik bij de witte molen een man, geheel in het rood gekleed. Wit krullend haar golfde onder zijn eveneens rode muts vandaan; ook zijn baard was lang en wit. Hij stond met zijn rug naar mij toe, dus zeker ben ik niet; maar kan dit de kerstman geweest zijn?

Tegenstrijdige berichten?

Het Sociaal Cultureel Planbureau heeft onderzocht hoe wij Nederlanders over de toekomst denken. (Samenvatting) Denkend aan die toekomst zijn we op het ogenblik helemaal niet zo vrolijk, heeft het vastgesteld. We zijn door de bank genomen redelijk tot zeer tevreden over ons eigen leven, maar over de samenleving als geheel zijn we niet zo enthousiast. Gevraagd naar hoe we de toekomst het liefst zouden willen invullen, ontstaat het volgende beeld:

“De minste voorkeur in een reeks van vier alternatieven gaat uit naar een samenleving die als ‘de prestatiemaatschappij’ omschreven stond met een vrije markt, meer economische groei en meer individuele welvaart. Alles bijeengenomen lijkt de Nederlander vooral geporteerd te zijn voor een hard-van-buiten-zacht-van-binnen samenleving met enerzijds strenge regels en anderzijds een grote mate van gelijkheid, veel onderlinge betrokkenheid en een hoog niveau van verdelende rechtvaardigheid.”

In de berichtgeving op televisie werd gesproken over een verlangen naar een kleinschaliger wereld, iets met dorpse kwaliteit, zeg maar.

Een paar dagen eerder las ik in de krant en paginagroot artikel over oorzaken en gevolgen van de aan de gang zijnde prijsoorlog tussen de supermarkten. Niet onverwachte constatering was dat de Nederlandse supermarkt, vergeleken met ons omringende landen, het slechtst gesorteerd is. Belangrijkste oorzaak hiervan is het feit dat de consument steeds vaker de prijs als doorslaggevend argument ziet bij zijn keuze tussen producten. Kwaliteit en varixc3xabteit spelen een steeds kleinere rol. Alles wat bijzonder en daardoor duurder is, verdwijnt van het schap. Doordat we ook steeds minder kunnen in de keuken, en er ook geen tijd meer voor willen nemen, wordt er steeds meer kant en klaar gekocht. (Wat overigens vrijwel altijd een duurdere keuze is dan niet kant en klaar)
Door deze manier van inkopen, ja van leven zelfs, wordt voedsel steeds meer een massaproduct en gaan we ook steeds vaker allemaal hetzelfde eten.
En dat allemaal dankzij meer vrije markt (het massaproduct drukt het kleine product van de markt), meer economische groei (belangrijke doelstelling van massaproducenten) en meer individuele welvaart (dankzij het prijsdrukkend effect van massaproductie).

Maar waren dat nu juist niet de dingen die we het minst wilden?
Wat willen we nu eigenlijk echt??

Een onverwachte vraag

Gesprek aan tafel

M. is 6 jaar oud. Onder het eten zegt ze: ‘morgen heb ik lekker weer zwemmen!’
Ik ben blij dat ze dat zegt. De eerste paar keren dat ze met groep 3 naar zwemles ging verliepen heel moeizaam. Ze ging beslist het water niet in, want ‘ik ben bang voor water!’.

Dat hadden we niet verwacht. Op vakantie was ze een week lang niet uit het zwembad weg te slaan en steeds meer ging ze op een otter lijken.

Ik vraag voor de zekerheid of ze het zwemmen leuk vindt. Ja-a; alleen het water vind ze daar wel een beetje koud.
‘Bij jou dan?’, vraagt ze.
‘Bij mij? Hoe bedoel je?’
‘Heb jij geen zwemles dan?’
‘Nee’, zeg ik haar, en leg haar uit dat op mijn werk geen zwemlessen verzorgd worden.

Ik ben met Katootje naar de paardenmarkt geweest

Omdat we de eerste 803 keren verstek hadden laten gaan en mijn dochter van 13 inmiddels behoorlijk into paarden is geraakt, fietsten wij vanmorgen samen naar Zuidlaren. Het was stil, mistig weer en er waren niet veel andere reizigers op onze route. Het glooiende Drenthe ziet er dan uit als een heel oud landschap; een bosrand hier, wat schapen daar en dorpjes zo klein dat je ze bijna niet ziet.
Maar Zuidlaren was niet te missen. Al ver buiten het dorp stonden de bermen vol auto’s. Wij parkeerden de fietsen natuurlijk in het dorp.
Het viel nog niet mee de paarden te vinden. Wij kwamen eerst terecht op de warenmarkt, die we links lieten liggen. De eerste twee paarden die we zagen droegen agenten op hun rug en die telden dus niet mee. Verderop belandden we bij de kermis. Niet zo’n kermis zoals je je die voorstelt uit de tijd dat de Zuidlaardermarkt voor de 293e keer werd gehouden, jammer genoeg. De kwakzalver en de Kop van Jut hebben allang afgedaan en zijn vervangen door amusement waarbij horen en zien je vergaat. Toch waren we er nu bijna.
“Oh, die staan daar”, vertelde een mijnheer mij toen ik hem vroeg, met stemverheffing, waar wij de paarden konden vinden.

Daar waren ze inderdaad. Aan lange, tussen de bomen van de Brink gespannen touwen stonden paarden in velerlei soorten en maten te wachten op een koper. Opvallend veel minipaardjes zagen wij, van die pony’tjes van 70 centimeter hoog, en veel jaarlingen ook. En ook veel Friezen, wat toch wel een van de mooiste paardenrassen is.
De mensen ondertussen zijn minder mooi, eerlijk gezegd. Dat komt ook doordat ze met zoveel zijn. En doordat ze het op zo’n dag leuk vinden dicht op elkaar (er zijn ook zakkenrollers actief!, waarschuwt de omroepinstallatie) langs allerlei kraampjes te schuifelen waar waar wordt aangeboden die je op iedere doordeweekse markt ook kunt kopen. Zijn het de vele uitgiftepunten van snacks in alle soorten en smaken? Wij kochten een zak patat. (Nu wordt een man opgeroepen naar huis te gaan “omdat zijn vrouw van hem aan het bevallen is”) Of is het toch gewoon het samenzijn, met het hele gezin met al die andere gezinnen? Of het doden van de tijd? Een man die onder een boom en paling naar binnen werkt, zijn handen en ook zijn gezicht glimmend van het vet, zo’n man doet mij dan toch weer denken aan de Middeleeuwen.
V. kocht nog een nieuwe hoevenkrabber, de omroeper meldde een pony die zijn baasje kwijt was en wij besloten ons uit de voeten te maken. Als zelfs de paarden zoek gaan raken…

Woorden in de nacht

Woorden in de nacht

Voel je hoe ik naar je toe kom?Je bent naakt in den nacht.

Wacht ik doe eerst een doek om.
Nog niet, nog niet.

Liefkoos mij, zacht.
Zeg dat je mij mooi vindt
En alleen door te streelen
In ’t donker, mij ziet.

Zullen wij spelen,
Dat wie ’t eerste lacht,
Moet ondergaan wat de ander bedacht?

O, laat het doorgaan,
Totdat wij doodgaan.
Alles wat hierna komt
Is niets dan Dood, vermomd
in schijn van Leven.

Neem mij weer, wacht nog even.

J.J. Slauerhoff

Zeldzame mensen

In de krant las een artikeltje over Sjo Pol en Marinus de Bresser. Ze zijn beiden inmiddels overleden, maar de fotograaf Toon Michiels heeft ervoor gezorgd dat ik postuum nog met hen kennis heb kunnen maken. Zij leven voort in een fotoboek.
Een van zijn foto’s staat ook in de krant. Sjo en Marinus, als ik zo vrij mag zijn ze bij hun voornamen te noemen, zitten aan tafel in hun oude boerderij. De kat, het zal wel één van de katten geweest zijn, kan zich nauwelijks bedwingen in het bord van Marinus te springen. Sjo schept nog eens op. En op nog geen 50 centimeter van waar zij eten ligt een varkenskop op tafel.

Sjo en Marinus

Sjo en Marinus, twee mensen die er hun hele leven in zijn geslaagd buiten de tijd te blijven. Geen Vooruitgang te bekennen in hun wereld.

De rest van de boerderij en het erf vul ik in door een beroep te doen op mijn geheugen. Tijdens een vakantie in Hongarije verzeilde ik op net zo’n soort boerderij. Haveloos van buiten, een modderig erf, een grote hond aan een ketting, overal kippen en kalkoenen, enorme varkens in een oud kot. Vaal gebloemde jasschorten, hartelijke mensen. De weduwe en haar grote, tandeloze moeder nodigden ons uit voor het avondmaal, dat enkele stuks pluimvee het leven kostte.

Toch zijn Sjo en Marinus uit heel ander hout gesneden. Zij leefden temidden van de wereld waar de Hongaren zo naar verlangen, en kozen ervoor niet aan die wereld deel te nemen. Dat is ook meteen wat mij het meest intrigeert: hoe hielden zij de vooruitgang buiten de deur? Hoe kan het dat de tijd geen vat op hen kreeg en ze gewoon in hun eigen wereld konden blijven leven alsof de rest niet bestond?

Het boek heet Zeldzame mensen‘ en verscheen bij Kempen Publishers.De foto’s zijn ook te zien in De Beyerd in Breda.

In dubio…

Ik ging achter de computer zitten met het vaste voornemen te gaan studeren. Echt waar. Een brochuretekst lezen en er dan iets over schrijven gelet op de doelstelling en publieksvriendelijkheid. Nogal saai, ja, maar niet echt moeilijk; taai eigenlijk, gewoon.

Maar eerst even wat internetplekken langs. Ontdekte de log van Geespot: mooie dingen daar…

Nu ben ik een uur verder en verdwijnt dat studeren langzaam uit beeld. Ik ben ook echt moe. Van de droom die mij vannacht wakker maakte, maar ook van de tweestrijd: ga ik hier wat meer tijd doorbrengen met bijvoorbeeld het beschrijven van die droom, of toch nog…

Vanmiddag een gesprek gehad over de invulling van mijn functie. Nu ik geen ID-baan meer heb en regulier werk, moet mijn functie ook maar eens beschreven gaan worden. Voor ruim de helft zal die bestaan uit het grotendeels nog te ontwikkelen, nieuwe product van de afdeling: managementinformatie. Daarover ging het gesprek: hoe gaan we dat aanpakken?
Tot mijn grote plezier kan ik veel van mijn ideexc3xabn daarover gaan toepassen. Spannend natuurlijk, maar ook heel boeiend (Een ‘uitdaging’, zeg je? Ik krijg een beetje genoeg van dat woord; alles is tegenwoordig een uitdaging; het woord is vrijwel versleten…) En het sluit ook goed aan bij mijn studie. Nee, niet bij het onderdeel ‘verklaar bijgaande brochuretekst’. Maar later…

Zal ik nu dan toch nog even? Dan ga ik straks natuurlijk wel heel tevreden met mijzelf naar bed.
Eerst maar eens een biertje pakken…