Een bijzondere droom

Vannacht droomde ik dat ik in Zwijndrecht was. Ik ben daar nooit werkelijk geweest. Weliswaar heb ik lang geleden een paar maanden gewerkt bij Chemproha en later nog bij Unimills, maar die twee bedrijven bevonden zich over de brug direct links, aan de rivier, wat betekent dat je de plaats zelf rechts laat liggen.
Toch droomde ik dat ik met W in Zwijndrecht was. Bovendien waren wij middels een reis door de tijd in het Zwijndrecht van de jaren vijftig terecht gekomen. Wij waren ons daarvan bewust, de mensen ter plaatse niet.

Misschien roept de tijdaanduiding ‘de jaren vijftig’ een nogal grauw beeld op. Niets bleek echter minder waar. Het was licht en zonnig in de straten en op de pleinen waarlangs wij dwaalden. Die pleinen en straten leken natuurlijk helemaal niet op het reeel bestaande Zwijndrecht, het was immers een droom. De huizen waren ouder, het beeld van de stad meer 19e eeuws. Er waren tamelijk veel mensen op straat, maar het voelde niet druk. Integendeel. Iedereen leek heel ontspannen, echt zomers was het. Het vervulde mij met verlangen. Vooral toen we op een punt kwamen vanwaar je over het water (de zee? Maar dat kan toch niet?!) uitkeek, het water waarin het zonlicht schitterde.

En ik werd wakker in Groningen, waar het wel niet werkelijk wintert, maar toch zeker geen zomer is.

L.O-week

Om half een, ik verliet net ons huis voor een rondje hardlopen, kwam ik V tegen bij de buitendeur. Al vrij, vroeg ik. Ja, het is L.O-week, antwoordde zij.

De jeugd moet meer bewegen en al fietst V dagelijks een half uur naar school (en een half uur terug ook nog), zo’n L.O.-week kan natuurlijk geen kwaad. Maar waarom gaat dat gepaard met drie vrije middagen, vraag ik mij af.

De L.O.-week gaat als volgt: je kiest een sport en krijgt daar twee keer anderhalf of twee uur (dat weet V natuurlijk niet precies) training in. Omdat niet iedereen dezelfde sport kiest, betekent dat dat deze week iedere middag een aantal leerlingen wegens sport geen gewone les kan volgen. En wat doe je dan met de leerlingen die niet sporten? Die geef je vrij.

In de discussie over de gebrekkige beheersing van de Nederlandse taal door scholieren en studenten, werd door de middelbare scholen opgemerkt dat de roosters zo vol zijn dat er gewoon geen tijd meer is voor Nederlands. En ondertussen gaat de onderwijsinspectie nauwkeuriger controleren of het verplicht aantal schooluren per jaar wel wordt gehaald; dat blijkt vaak namelijk niet zo te zijn.
Naast de L.O.-week heb je namelijk ook nog de proefwerk-weken (1 of 2 proefwerken op een dag), de culturele week, de uitwisselingsweek en nog wat projectweken. Die allemaal betekenen dat alle gewone lessen komen te vervallen en meestal ook dat iedereen eerder naar huis gaat.

Ik vind het maar raar…

Herkerstening

Als ik het goed begrijp is er zoiets gaande als de herkerstening van Nederland. We hebben genoeg van onze spirituele leegheid, zich uitend in individualisme en materialisme, en zijn op zoek naar nieuwe zingeving en verdieping. En dan kom je, tot tevredenheid van degenen die ik erover lees en hoor, als vanzelf uit bij good old Christendom. Want het Christendom is immers de belangrijkste invloed geweest op ons normen- en waardenstelsel, dat de laatste jaren zo aan het eroderen is. Denk aan begrippen als naastenliefde, opofferingsgezindheid en respect voor bezit.

(inmiddels is al vastgesteld dat de formatiegesprekken voor het nieuwe kabinet gevoerd worden door drie VU-jongens: Balkenende, Bos en Rouvoet)

Ik vraag me bij de (verhoopte?) herkerstening van de Lage Landen twee dingen af:

  1. Licht de oorzaak ervan niet voor een groot deel in de angst voor de ‘oprukkende Islam’? Over deze concurrerende godsdienst spreken wij immers al jarenlang voornamelijk in termen als ‘achterlijk’, ‘fundamentalistisch’ en ‘terreurdreiging’. Verenigt u voor onze waarden!
  2. Zeker heeft het Christendom een vormende rol gespeeld wat betreft het humane karakter van onze samenleving. Tegelijkertijd is het zo dat binnen het Christendom altijd de moeilijk te onderdrukken neiging bestaan heeft de Christelijke waarden selectief toe te passen (dat is nu eenmaal eigen aan een systeem dat zich bassert op het kennen van de Waarheid). Aan de ene kant staan wij, en er zijn ook de anderen, de niet- of verkeerdgelovigen. In de VS schijnt sociale en economische uitsluiting om reden van geloof steeds vaker voor te komen (herkerstening ook daar). En voor wie niet bij ons geloof hoorde waren de rapen vaak gaar, door de eeuwen heen. Denk bijvoorbeeld aan de VOC. Is het dus wel zo dat Christendom een onmisbare invloed is voor het soort samenleving waarvan vrijheid en verantwoordelijkheid de belangrijkste kenmerken zijn?

Wat mij betreft kunnen we zonder Christendom (of welk geloof dan ook) heel goed gelukkig zijn.

Onvoorstelbaar groot en veel

Alle materie die wij in het universum ‘zien’ – de sterren die licht uitzenden, de sterrenstelsels die tientallen miljarden van die sterren herbergen, en de clusters waarin tientallen of honderden van die sterrenstelsels gegroepeerd zijn -, al die objecten beslaan minder dan xc3xa9xc3xa9n procent van het universum. Nog eens drie procent van het heelal bestaat uit dezelfde materie, maar dan in de vorm van hete gaswolken die rond de clusters hangen en die zich alleen verraden door de rxc5‘ntgenstraling die zij uitzenden.

De overige 96 procent is, simpel gezegd, zoek. Er zijn sterke aanwijzingen dat het leeuwendeel van de kosmos bestaat uit onbekende vormen van materie en energie.

Noorderlicht_bulletcluster

Ik lees een artikel over donkere materie en probeer mij enigszins een beeld te vormen van wat beschreven wordt: honderden miljarden sterren in een heelal dat zo groot is dat licht er 13 mljard jaar over doet om het te doorkruisen, en al die sterren samen omvatten 1 procent van de aanwezige materie.

En wat speelt zich dan af in de ‘wereld’ die gevormd wordt door die andere 96% van de materie?

21 januari 2007

Spiegeling

Dagen. Nieuwe dagen. Steeds meer nieuwe dagen.
En ik. Mijn oude ik. Mijn steeds weer ouder ik.
De objectieve waarnemer van al mijn vragen.
Huil maar! Bestudeer je tranen! Huil om de ratio! Wik
De wijsgerige dampverkopers, zij die gierig vrezen
Voor hun teksten te betalen met hun leven.

Vragen. Nieuwe vragen. Seeds meer nieuwe vragen
Aan jou, mijn oude jij, mijn steeds weer nieuwer jij,
De objectieve waarzegster van al die dagen
Dat we, roerloos klaargekomen, zij aan zij
Voor dood daar lagen als twee bleke platte vissen:
‘Elke kus zul je betalen met mij missen.’

Leonard Nolens

16 januari

Ontmoeting

We reden voor het licht werd langs bevroren velden;
de rode vleugel rees reeds, maar het was nog nacht.

Opeens schoot vlak voor ons een haas voorbij,
een van ons wees met zijn hand.

Dat was lang geleden. Nu leven ze niet meer,
de haas, noch hij die naar hem wees.

O mijn liefde, waar zijn ze, waarheen gaan ze,
de flits van de hand, de lijn van de ren, het doffe geroffel –
niet uit verdriet vraag ik dit, maar uit verwondering.

Wilna, 1937
Czesxc5x82aw Mixc5x82osz