Fascisme. Hoe ziet dat eruit?

Een van de termen die nogal eens gebruikt worden om iemand met andere politieke ideeën te diskwalificeren is ‘fascist’. In de jaren zestig van de vorige eeuw waren mannen die sigaren rookten en vonden dat het roken van wiet duidde op slapjanusserij fascisten. In meer politieke zin bleef de term voorbehouden aan obscure rechtse groepjes en later af en toe de PVV. Maar nu valt zij ook Thierry Baudets Forum voor Democratie regelmatig ten deel.

Ik vind dat het gebruik van het woord fascisme het gesprek zelden helpt. Het woord heeft een zodanig negatief imago dat maar weinig mensen, eenmaal als fascist betiteld, nog bereid en in staat zijn tot een open gesprek. Is het begrip ‘fascisme’ dan helemaal niet meer bruikbaar? Toch wel. Het ideeëngoed van het fascisme is immers allerminst van de aardbodem verdwenen.

In The New York Review of Books schreef Umberto Eco een artikel over fascisme. Hij beschrijft het fascisme als een niet heel vast omlijnd cluster van 14 kenmerken, die samen het Ur-fascisme vormen. Praktisch fascisme is opgebouwd uit een aantal van deze kenmerken.

  1. Het eerste kenmerk van Ur-fascisme is een hang naar ‘onze tradities’. (zwarte Piet)
  2. Daarmee samenhangend het verwerpen van modernisme, waarvan de Verlichting als het begin wordt gezien. (moderne kunst is kliederwerk)
  3. Irrationalisme; actie om de actie, eerst doen dan denken.
  4. Niet ‘een wijde blik verruimt het denken’, want afwijkende ideeën zijn verraad van het Volk.
  5. Vreemdelingen brengen vreemde ideeën; fascisme is xenofoob en racistisch. (Islam)
  6. Appelleert aan gevoel van frustratie bij maatschappelijke middengroepen. (graaiers)
  7. De nationale identiteit ontstaat uit de dreiging van buiten; ‘zij’ spannen tegen ons samen. (oikofobie)
  8. De aanhangers voelen zich vernederd door de rijkdom en kracht van de anderen.
  9. Redelijkheid is heulen met de vijand. Die moet overwonnen worden in een ultieme krachtmeting. (Gutmensch)
  10. Minachting voor de zwakke, de verwekelijkte. De fascisten zijn de besten onder het volk.
  11. De dood is de beloning voor een heroïsch leven, het leven is strijd.
  12. Strijd en heroïek zijn moeilijk. De fascist overschreeuwt zijn angst met macho gedrag; daarbij horen minachting voor vrouwen, homoseksualiteit en andere niet standaard vormen van seksualiteit. (vrouwen willen overmand worden)
  13. Als onderdeel van Het Volk heeft het individu weinig of geen waarde. Het gaat om de wil van het Volk. Democratie geeft het individu een stem. (nepparlement)
  14. Fascisme gebruikt ‘Newspeak’; kleine woordenschat, geen ingewikkelde redeneringen, klare taal. (verkiezingsprogramma op ‘n A4-tje)

Hier kun je het hele artikel van Eco lezen.