Van het kritisch en het zuur.

In de Correspondent las ik een artikel over Jos de Blok, de baas van Buurtzorg Nederland. Een thuiszorgorganisatie met een bijzondere organisatorische vorm. Thuiszorg doet het zonder managementteam en zonder divisies en zonder teammanagers. Je kunt het artikel hier lezen (pas als je mijn artikel gelezen hebt natuurlijk).

‘Ik wil het even hebben over wat Rutger Bregman, de ‘journalist’, zegt in de eerste alinea. Hij schrijft daarin namelijk dit:

In de journalistiek is het eigenlijk niet de bedoeling dat je iemand echt bewondert. Als jonge verslaggever leer je zure vragen te blijven stellen, of – zoals dat heet – ‘kritisch’ te blijven. Zelf word je geacht geen mening te hebben. (…) Maar er komt een moment dat nóg een zure vraag bijna belachelijk wordt. Dat je jezelf in steeds meer bochten moet wringen om zuur, pardon, kritisch te blijven.

Journalist Bregman maakt hier van de woorden ‘kritisch’ en ‘zuur’ synoniemen. Dat zal degenen die in contact staan met de tijdgeest niet vreemd voorkomen, maar ik vind het behoorlijk gek.

Het is al jaren geleden dat ik op de zaak het woord ‘kritisch’ voorstelde tijdens een bijeenkomst waar wij onder meer bezig hielden met het bedenken van woorden die ons het beste zouden karakteriseren; dat ‘kritisch’ werd afgewezen, het zou een negatieve lading hebben. En sindsdien heeft de positieve levenshouding wild om zich heen gegrepen. ‘Leuk!’ is inmiddels dan ook een van ‘s lands meest gebruikte woorden, net als ‘Super!’. Zonder de zogenaamde hands-on mentaliteit kom je nergens en we zijn dag in dag uit bezig van alles en nog wat beter te maken. Leuk! De website managementboek.nl floreert ervan.

Tegen de gevolgen van al dat goedbedoelde optimisme steekt de organisatie van Jos de Blok weldadig af, vindt Rutger Bregman. Hij kan dat natuurlijk alleen maar vinden door met de zure, pardon kritische blik van Jos de Blok te kijken naar de werkelijkheid waarin de rest van de zorg zich op heden bevindt. En niet alleen de zorg trouwens. Uit het stuk van Bregman:

Vraag: Heeft u iets waarmee u zichzelf motiveert? Steve Jobs zou iedere ochtend in de spiegel tegen zichzelf hebben gezegd: wat zou ik doen als dit mijn laatste dag was?
Antwoord: ‘Ik heb zijn boek ook gelezen en ik geloof er geen hout van.’

Vraag: Gaat u vaak naar netwerkbijeenkomsten?
Antwoord: ‘Op de meeste bijeenkomsten gebeurt niets, daar zie ik alleen mensen die elkaars meningen bevestigen. Die sla ik dus liever over.’

Vraag: Hoe motiveert u [uw medewerkers]?
Antwoord: ‘Niet. Daar gaat een soort betutteling van uit, vind ik.’

Vraag: Waar ontstaat dan de stip aan de horizon, waar u en uw teams enthousiast van worden?
Antwoord: ‘Die stip is er niet. Ik heb daar niks mee, met zo’n stip.’

Als ik dat soort antwoorden zou geven zou menig wenkbrauw gefronst worden. Wat een zuurpruim, die Remko. Maar als de Blok het zegt is het visionair en helemaal niet zuur, vindt Bregman. Hij schrijft: ‘Aan het einde van ons gesprek realiseer ik me pas echt waarom Jos de Blok zo inspirerend is. Hij is een visionair die de wereld eenvoudiger maakt.’