Verre reizen (2)

“De ware botsing van beschavingen begon daarentegen een uur later, toen ik het hotel verliet. Aan de overkant, op een klein pleintje, begonnen zich al vanaf de dagerraad riksjarijders te verzamelen, magere, gekromde mannen met benige, pezige benen. Ze moesten gehoord hebben dat er een sahib in het hotellete was komen wonen – en een sahib moet per definitie geld hebben.
Ze stonden dus geduldig te wachten, geheel tot mijn dienst. De gedachte dat ik comfortabel in een riksja zou zitten, die door een hongerig, zwak, amper ademhalend scharminkel zou worden getrokken, vervulde mij met de grootste afkeer, verontwaardiging, schrik. Een uitbuiter zijn? Bloedzuiger? Een ander mens onderdrukken? Ik was immers in precies omgekeerde geest opgevoed. In die geest namelijk dat die amper levende skeletten mijn broeders waren, mijn kameraden, naasten, vlees van mijn vlees. Dus toen de riksjarijders zich onder het maken van aanmoedigende en smekende gebaren op mij stortten, aandringend en met elkaar vechtend, begon ik ze vastberaden weg te duwen, ik sputterde en protesteerde.
Verbaasd als ze waren begrepen ze niet wat mij bezielde, ze konden me niet begrijpen. Ze rekenden immers op me, ik was hun enige kans, hun enige hoop op een bakje rijst. Ik liep verder, zonder om te kijken, ongevoelig, onbarmhartig, trots dat ik me niet in de rol van een uitzuiger had laten manoeuvreren, die op mensen teerde.”

Ryszard Kapuscinski – Reizen met Herodotos, pag 25

2 thoughts on “Verre reizen (2)

Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out / Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out / Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out / Change )

Google+ photo

You are commenting using your Google+ account. Log Out / Change )

Connecting to %s