Woorden in de nacht

Woorden in de nacht

Voel je hoe ik naar je toe kom?Je bent naakt in den nacht.

Wacht ik doe eerst een doek om.
Nog niet, nog niet.

Liefkoos mij, zacht.
Zeg dat je mij mooi vindt
En alleen door te streelen
In ’t donker, mij ziet.

Zullen wij spelen,
Dat wie ’t eerste lacht,
Moet ondergaan wat de ander bedacht?

O, laat het doorgaan,
Totdat wij doodgaan.
Alles wat hierna komt
Is niets dan Dood, vermomd
in schijn van Leven.

Neem mij weer, wacht nog even.

J.J. Slauerhoff

Advertenties

Zeldzame mensen

In de krant las een artikeltje over Sjo Pol en Marinus de Bresser. Ze zijn beiden inmiddels overleden, maar de fotograaf Toon Michiels heeft ervoor gezorgd dat ik postuum nog met hen kennis heb kunnen maken. Zij leven voort in een fotoboek.
Een van zijn foto’s staat ook in de krant. Sjo en Marinus, als ik zo vrij mag zijn ze bij hun voornamen te noemen, zitten aan tafel in hun oude boerderij. De kat, het zal wel één van de katten geweest zijn, kan zich nauwelijks bedwingen in het bord van Marinus te springen. Sjo schept nog eens op. En op nog geen 50 centimeter van waar zij eten ligt een varkenskop op tafel.

Sjo en Marinus

Sjo en Marinus, twee mensen die er hun hele leven in zijn geslaagd buiten de tijd te blijven. Geen Vooruitgang te bekennen in hun wereld.

De rest van de boerderij en het erf vul ik in door een beroep te doen op mijn geheugen. Tijdens een vakantie in Hongarije verzeilde ik op net zo’n soort boerderij. Haveloos van buiten, een modderig erf, een grote hond aan een ketting, overal kippen en kalkoenen, enorme varkens in een oud kot. Vaal gebloemde jasschorten, hartelijke mensen. De weduwe en haar grote, tandeloze moeder nodigden ons uit voor het avondmaal, dat enkele stuks pluimvee het leven kostte.

Toch zijn Sjo en Marinus uit heel ander hout gesneden. Zij leefden temidden van de wereld waar de Hongaren zo naar verlangen, en kozen ervoor niet aan die wereld deel te nemen. Dat is ook meteen wat mij het meest intrigeert: hoe hielden zij de vooruitgang buiten de deur? Hoe kan het dat de tijd geen vat op hen kreeg en ze gewoon in hun eigen wereld konden blijven leven alsof de rest niet bestond?

Het boek heet Zeldzame mensen‘ en verscheen bij Kempen Publishers.De foto’s zijn ook te zien in De Beyerd in Breda.

In dubio…

Ik ging achter de computer zitten met het vaste voornemen te gaan studeren. Echt waar. Een brochuretekst lezen en er dan iets over schrijven gelet op de doelstelling en publieksvriendelijkheid. Nogal saai, ja, maar niet echt moeilijk; taai eigenlijk, gewoon.

Maar eerst even wat internetplekken langs. Ontdekte de log van Geespot: mooie dingen daar…

Nu ben ik een uur verder en verdwijnt dat studeren langzaam uit beeld. Ik ben ook echt moe. Van de droom die mij vannacht wakker maakte, maar ook van de tweestrijd: ga ik hier wat meer tijd doorbrengen met bijvoorbeeld het beschrijven van die droom, of toch nog…

Vanmiddag een gesprek gehad over de invulling van mijn functie. Nu ik geen ID-baan meer heb en regulier werk, moet mijn functie ook maar eens beschreven gaan worden. Voor ruim de helft zal die bestaan uit het grotendeels nog te ontwikkelen, nieuwe product van de afdeling: managementinformatie. Daarover ging het gesprek: hoe gaan we dat aanpakken?
Tot mijn grote plezier kan ik veel van mijn ideexc3xabn daarover gaan toepassen. Spannend natuurlijk, maar ook heel boeiend (Een ‘uitdaging’, zeg je? Ik krijg een beetje genoeg van dat woord; alles is tegenwoordig een uitdaging; het woord is vrijwel versleten…) En het sluit ook goed aan bij mijn studie. Nee, niet bij het onderdeel ‘verklaar bijgaande brochuretekst’. Maar later…

Zal ik nu dan toch nog even? Dan ga ik straks natuurlijk wel heel tevreden met mijzelf naar bed.
Eerst maar eens een biertje pakken…

De waterlelie (F. van Eeden)

De waterlelie

Ik heb de witte water-lelie lief,
daar die zo blank is en zo stil haar kroon
uitplooit in ’t licht.

Rijzend uit donker-koele vijvergrond,
heeft zij het licht gevonden en ontsloot
toen blij het gouden hart.

Nu rust zij peinzend op het watervlak
en wenst niet meer…

Over week 41

Zoekend naar en wachtend op een nieuw evenwicht stommel ik door mijn dagen.
Voorlopig ben ik de onrust diep van binnen nog niet kwijt, vrees ik. Ik draai rondjes om de leegte en ontbeer de concentratie nodig om de dingen te doen ik mij voorneem.
Het vaste voornemen ’s avonds twee uur serieus te studeren blijkt tegen die tijd natuurlijk verdampt te zijn. Wat overblijft is op de bank een uurtje met een half oog en een potlood een studieboek doorbladeren en strepen zetten. Hopend dat die nog van pas zullen komen.

Op de zaak werd ik telkens van de ledigheid gered door klusjes die bij anderen van het bureau waren getuimeld en die plotseling toch urgent bleken. Zo blijft mijn aanwezigheid zinvol zonder dat ik veel initiatief hoef te ontplooien.

Donderdag werd (tot 15.00 uur, de resterende twee uur nam ik vrij) gevuld met praten over vorm en inhoud die de afdeling moet gaan krijgen nadat de fusie daadwerkelijk haar beslag heeft gekregen. De manier waarop we daar naartoe werken is toch nog bemoedigend, wat meevalt, gezien de wat troebele ontwikkelingen van de afgelopen maanden. Vreemd blijft natuurlijk dat de zin van het bestaan van de afdeling nog altijd zo impliciet blijft, dat het net zo goed zou kunnen zijn dat hij geheel ontbreekt. Wat is onze rol, wat zal onze rol zijn en wat moeten we doen om die rol te kunnen spelen; het lijkt alsof we bestuurd worden vanuit de gedachte ‘de toekomst komt vanzelf’. Dat zal hij ook zeker doen, maar is het dan ook onze toekomst?

Vrijdag werd ik gevraagd aan een gesprek over verzuimbeleid deel te nemen. Een leuke vrouw van de Arbo-dienst staat ons terzijde bij het verder ontwikkelen van dat beleid. Weg van de cijfers, op naar de inhoud. Heel interessant. Achteraf ben ik dan toch onzeker over wat ik ingebracht heb; ik wil misschien teveel kanten van de zaak aan elkaar knopen waardoor het onderwerp te groot wordt om nog daadkrachtige ideexc3xabn over te kunnen houden.

In de supermarkt trof ik haar natuurlijk niet, deze keer. En dat maakte me ook niets uit. Wat moet je ook met dat soort blikseminslagjes?

Gisteravond keek ik naar de documentaire over John Kerry die ik eerder deze week had opgenomen. De strijd van de Vietnam veteranen tegen de oorlog in dat land (diezo ongeveer in 1965 begon) maakte wel indruk op me, en die indruk straalde ook af op J.K., die in dat verzet een flinke rol ging spelen. Hij lijkt me in ieder geval iemand die de wereld aanzienlijk genuanceerder bekijkt dan Bush.
Van alle tijden is natuurlijk het verschijnsel dat jonge jongens de oorlog in worden gestuurd ter verdediging van waarden als Vrijheid en Democratie en daarbij al snel terecht komen in een wereld waar Cynisme en Wreedheid e dienst uit maken. Gek word je ervan…

Liefde op een klein station

Ik zat zondag in de trein die mij van Leeuwarden naar Groningen bracht, toen wij op een der tussengelegen haltes stopten. Een meisje stond op het perron. Zij wachtte op haar vriend, zag ik, die uit de trein klom en naar haar toe liep. Zij lachte blij en omhelsde hem, en hij omhelsde haar. Zij waren beiden nog erg jong.
Zij keek hem lief aan, sloeg haar arm om zijn rug terwijl ze naar de fietsenstalling liepen. Daar aangekomen, de haltes tussen Leeuwarden en Groningen zijn zo bescheiden van afmeting dat zij zich nog nauwelijks van mij hadden verwijderd, daar aangekomen dus, omhelsde zij hem nogmaals; zo blij was zij hem weer te zien.
Zouden ze elkaar lang niet gezien hebben? Naar zijn bagage te oordelen, een rugzakje waar niet veel inzat en dat zij inmiddels van hem had overgenomen, had zijn reis niet langer geduurd dan enkele uren.
Hij wilde zijn fiets al uit het rek halen, maar zij wilde nogmaals laten merken hoe gelukkig zij was met zijn terugkeer. Wat begon als een gelukkig weerzien leek plotseling het begin te zijn van een treurig einde. Met zijn armen slap langs zijn lichaam hangend en zijn ogen zoekend naar houvast in de verte langs het spoor onderging hij dit derde blijk van liefde.
Ik kon het verdriet dat voor haar nog niet mocht bestaan al bijna voelen.
De trein zette zich weer in beweging. Hoe het hen verder vergaat zal ik nooit weten. Hopelijk ben ik gewoon een onverbeterlijke pessimist.

Noorderlicht

Zaterdag.

Was weer erg vroeg wakker. Daarna wel weer geslapen, maar vrij onrustig. Had een nogal erotische droom; omhelsde en kuste X en zij ging op mijn toenadering in. Heb bij daglicht ook wel eens het gevoel dat ik haar even dicht tegen mij aan zou willen houden. Voelde mij niet uitgeslapen en had ook een lichte hoofdpijn, die de hele dag bij me is gebleven.

In Leeuwarden scheen de zon. Het was lekker in de frisse herfstwind door de bedrijvige stad te lopen.

In het Fries museum kocht ik een Noorderlicht passe-partout voor de drie hoofdlocaties. Te zien:
* de Arabische wereld door Arabische ogen, in het museum
* de Arabische wereld door westerse ogen, in de Manege
* blik op het verleden, in de Princessehof

Het geheel maakte nogal indruk op me, los van waardering van het werk in fotografische termen. Wat dat laatste betreft is er een duidelijk onderscheid te maken. De moderne Arabische fotografen gebruiken hun werk veel concreter als middel om (politieke of sociale) ideexc3xabn te illustreren. Dat leidt tot nogal xc3xa9xc3xa9ndimensionaal werk; doordat je met een illustratie geen discussie aan kunt gaan ben ik er snel mee klaar. Hier en daar voegt de vorm genoeg toe om een boeiend beeld op te leveren, bijvoorbeeld in:

De Westerse ogen leveren fotografisch meer uitgewerkte beelden op; je kunt met het werk communiceren. Onder Westerse ogen vallen overigens ook fotografen van Arabische oorsprong die vanuit het Westen naar hun oorsprong terugkijken. De ideexc3xabn die zij uit willen dragen zijn dan ook diffuser, breder en minder vaststaand. Hier vind je foto’s die zijn gemaakt vanuit het idee te willen onderzoeken hoe het nu eigenlijk zit. Hoe verhoudt de werkelijkheid zich tot het beeld dat wij hebben door wat de media ons dagelijks aanbieden.

En dat nuanceert nogal. In die weliswaar heel andere wereld leven mensen die zo te zien ook mensen zijn.Het is niet overal en altijd oorlog. En zelfs de Palestijnse familie wil wel eens een dagje naar het strand.

Het Westerse en het Arabische perspectief raken elkaar waar het om de verslaglegging van de brandhaarden gaat. De oorlog in Irak (Benjamin Lowy), de strijd tussen Palestijnen en Israxc3xabliers (Ahmed Jadallah). Het gaat om angst, geweld, verlies, woede, dood… En wat is het verschil?

Een bizar moment in de Manege:
Foto’s van Lowy worden geprojecteerd. Foto’s uit Irak, van soldaten en strijd en van Irakezen die hun verdwenen familieleden bevrijden uit de massagraven waarin Sadam Hoessein ze liet verdwijnen. Aangrijpend.
De vrouw die naast mij staat biedt haar man een Fisherman’s Friend aan…